Algemeen Dagblad, 29 Mei 2010



Algemeen dagbladSimone van der Vlugt is een van Nederlands succesvolste thrillerauteurs. Maar de gewelddadige wereld uit haar boeken lijkt in niets op haar eigen geborgen milieu. ‘Ik wil gewoon spannende verhalen schrijven. En een randje zwart hebben we allemaal op onze ziel.’

Ze woont in een keurige nieuwbouwwijk in Alkmaar, in een bungalow met ruime, lichte kamers, een zonnige tuin en uitzicht over het water. Aan de overkant staat het huis van haar ouders, waar ze een deel van haar jeugd heeft doorgebracht. ‘Als jij later een beroemde schrijfster bent,’ zei moeder Van der Vlugt destijds tegen haar tienerdochter, ‘kom je tegenover ons wonen en dan kunnen we naar elkaar zwaaien.’ En zo geschiedde. Met haar man en twee kinderen betrok Simone het huis aan de vijver. Vanaf de steiger kan ze haar vroegere meisjeskamer in de ouderlijke woning zien. Het interieur van haar woon- en werkruimte is licht, met veel wit, glas, zilver en pastelkleurige accenten. Ook de rondtrippelende terriër Copper, vernoemd naar de hond van Libelle-columniste Tineke Beishuizen, is wit. Het geheel lijkt mijlenver verwijderd van de harde, wrede wereld die zij in haar thrillers beschrijft. Hoewel, vaak komt haar hoofdpersoon uit net zo’n geborgen milieu als zij zelf. Geconfronteerd met bedreiging en geweld moet zij vervolgens haar vege lijf zien te redden. Ook Simone van der Vlugt heeft eens oog in oog met een overvaller gestaan. Vijf jongens drongen het uitzendbureau binnen waar zij zich op dat moment bevond. Terwijl de computers het pand werden uitgedragen, stond zij als aan de grond genageld. ‘Ik had misschien 112 kunnen bellen, maar ik was alleen maar bang voor een mes in m’n rug,’ vertelt ze. ‘Het enige heldhaftige dat ik deed, was mijn eigen tas onder een bankje schoppen.’ Lacht: ‘Dat geeft toch wel te denken!’

Na je studietijd in Amsterdam ben je, inmiddels getrouwd en zwanger van je eerste kind, weer nabij je familie in Alkmaar gaan wonen. Je hebt je naasten graag in de buurt?
‘Ja, de banden zijn sterk. We klitten niet samen, maar er is veel contact. En hier kom ik mijn moeder tegen in de supermarkt. Dat heeft iets dorps waar ik erg van houd. Mijn vader zie ik vaak in de plaatselijke bibliotheek. Hij is degene die mij de liefde voor boeken heeft bijgebracht. Terwijl ik verdiept was in De Olijke Tweeling en kostschoolboeken, zette hij me op het spoor van Thea Beckman, die mijn grote idool zou worden. Op mijn zestiende stapte ik over op Agatha Christie, tijdens mijn studie Nederlands op de literatuur. Inmiddels lees ik alles: Sophie Kinsella en Harry Mulisch staan vrolijk naast elkaar op de boekenplank. Het is met lezen net als met schrijven: je krijgt er een hele wereld bij.’

Dat was dan ook de reden dat ze al op haar achtste schrijfster wilde worden. Zodra ze een beetje vlot kon schrijven, was dat wat ze het liefste deed. Haar verhalen, over tweelingzusjes en andere meisjesdingen, tekende ze op in boekjes die ze al die tijd heeft bewaard. Op haar elfde kreeg ze haar eerste typemachine, die zelfs mee op vakantie ging. ‘Ik had een gelukkige jeugd,’ aldus Simone. ‘Ik vond het heerlijk om verhalen te bedenken, kreeg er een kick van om zelf te bepalen hoe het liep. De wereld die ik schiep was altijd op de achtergrond van mijn gedachten. Met mijn vriendinnen speelde ik de avonturen na die ik had verzonnen. Hoewel ik graag op mijn kamertje zat te schrijven, was ik ook een vrolijk en open kind, op het extraverte af.’

Minder gelukkig was ze op de eerste twee jaar van de middelbare school. Ze kwam terecht in een Mavo-klas die haar niet accepteerde. Waarom, dat heeft ze nooit begrepen, misschien omdat ze niet zo weerbaar was. Ze hield niet van ruzie en wilde iedereen liefst te vriend houden. ‘Ik werd geïsoleerd en hoorde er niet bij, terwijl dat juist zo belangrijk is in je puberteit,’ vertelt ze. ‘Klasgenoten dachten dat ze alles tegen mij konden zeggen; uit angst voor conflicten reageerde ik toch niet. Maar op een gegeven moment besloot ik dat het genoeg geweest was, dat het tijd was om terug te schoppen. Het bleek te helpen: vanaf dat moment kreeg ik eindelijk respect. En daarna heb ik een ontzettend leuke middelbare schooltijd gehad.’

Algemeen dagbladBen je sindsdien assertiever?
‘Het was geen leuke ervaring, maar ik heb daardoor wel geleerd leert hoe het werkt in het leven. Dat ik me niet op mijn kop moet laten zitten. Bevalt iets me niet, dan ga ik de confrontatie nu wel aan. Als ik foto’s uit die tijd zie, kan ik me niet meer goed voorstellen dat ik ooit dat meisje was. Dat zij ook een deel van mijn persoonlijkheid is geweest. Mijn eigen kinderen zijn heel anders dan ik toen. Zij zijn een stuk mondiger, kunnen heel goed voor zichzelf opkomen en worden nooit gepest. Gelukkig.’

Haar verlegenheid belette Simone niet om op haar dertiende voor het eerst een verhaal naar een uitgever te sturen. Dat bleef ze doen in de jaren die volgden, al kreeg ze alles dan ook net zo hard weer terug. Ze hield vol omdat ze altijd weer een beter idee had, in de overtuiging dat het wonder op een dag wel zou gebeuren. Op haar vijfentwintigste was het raak, met een manuscript dat de basis zou vormen voor haar debuutroman De Amulet. Het boek kreeg een eervolle vermelding van de Nederlandse Kinderjury 1996. Er volgden meer succesvolle jeugdboeken, vaak geschreven vanuit een historisch perspectief. Tien jaar geleden debuteerde ze in feite opnieuw, nu als thrillerauteur. Ze wilde geen rekening meer hoeven houden met de wensen en behoeften van een twaalfjarig publiek. ‘Ik werd ouder en wilde dingen van mezelf kwijt die niet meer aansloten bij de belevingswereld van jongeren,’ legt ze uit. Haar eerste roman voor volwassenen, De Reünie, gaat over een vrouw die in haar middelbareschooltijd erg werd gepest– een sterk aangedikte versie van haar eigen ervaringen. Simone: ‘Het moest een spannend verhaal worden over gebeurtenissen uit mijn verleden. Het hele proces van weerbaar worden, niet meer over je heen laten lopen, dat wat ik in de loop der jaren geleerd had, heb ik erin gestopt.’ Het boek werd een daverend succes, mede dankzij de gouden timing. Meeliftend op de verkoopcijfers van De Eetclub van Saskia Noort en de pageturners van Nicci French stond Simone al snel op de bestsellerslijst. Ook haar volgende thrillers kwamen daar zonder veel omhaal terecht. In die boeken gebruikte ze niet zozeer haar eigen ervaringen als wel haar eigen emoties als materiaal.

Het uitgangspunt van Herfstlied is de verdwijning van een pubermeisje. Je eigen nachtmerrie?
‘Ja, aan dat verhaal ligt mijn angst als moeder voor de kwetsbaarheid van mijn dochter ten grondslag. Een kind hebben is het mooiste wat er is, maar het maakt je ook kwetsbaar. Om zo’n gebeurtenis op te schrijven, vind ik heel vervelend. Net als de bijna-verdrinking in Blauw Water, daar zag ik ook erg tegenop. Verdrinken is een van mijn eigen grootste angsten en voor die scène moest ik me levendig inbeelden wat er gebeurt als je met je auto het water inrijdt. Dan zit ik echt een tijdje heel hoog te ademen. Ook voel ik weerstand tegen het beschrijven van grof, al dan niet seksueel geweld. Ik kan me leukere dingen voorstellen dan me in te leven in een verkrachting. Maar soms is het noodzakelijk, heeft de scène een duidelijke functie, zou het zelfs ongeloofwaardig zijn als hij niet plaats zou vinden. Maar van een catharsis na zo’n gewelddadige scène is helaas geen sprake. Het is geen bezweringsformule, geen manier om van mijn nachtmerries af te komen. Ik gebruik mijn eigen angsten en emoties om mijn verhalen beter te maken, maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs ook beter voor mij te zijn.’

Deze maand verschijnt haar nieuwste boek, Op Klaarlichte Dag, over een jonge vrouw die gedwongen door de omstandigheden de ene verkeerde keuze na de andere maakt. ‘Ik heb het randje zwart willen onderzoeken, dat iedereen op zijn ziel heeft. We bestaan niet allemaal alleen uit goede of slechte eigenschappen, er is ook een schemergebied. Dat vind ik interessant,’ aldus Simone. Dat ook deze thriller weer een bestseller zal worden, ligt voor de hand. Over de reden van haar populariteit is de schrijfster zelf vrij nuchter. ‘Ik schrijf gewoon wat ik zelf graag lees. Ik maak deel uit van mijn eigen publiek. Wat ik leuk vind, vinden kennelijk een heleboel mensen leuk.’ Dat het grote publiek van haar houdt, staat inderdaad onomstotelijk vast. Vorige zomer verraste haar uitgever haar met bloemen en champagne, omdat ze haar miljoenste thriller had verkocht. Toch is er in haar vijftienjarige bestaan als auteur ook veel kritiek geweest. De hoofdpersonen uit haar thrillers worden ‘Hema-vrouwen’ genoemd en recensenten spreken van ‘oppervlakkige’, ‘clichématige’ en soms zelfs ‘tuttige’ verhaallijnen.

Algemeen dagbladHoe ga je met dit soort oordelen om?
Zucht: ‘Leuk is anders, maar het went. Het is net als vroeger op school: je moet weerbaar worden, anders red je het niet. Bovendien leggen de literaire critici mij maatstaven op die ik zelf niet nastreef. Dus hoef ik me er ook niets van aan te trekken. Ik wil gewoon plezier hebben in het schrijven, spannende verhalen bedenken en anderen leesplezier verschaffen. Een boek hoeft voor mij geen dubbele bodems of literaire inslag te hebben. Dat pretendeer ik niet. Daarbij: voor Blauw Water kreeg ik tegelijkertijd slechte kritieken én een nominatie voor De Gouden Strop, wat toch een grote prijs voor literaire thrillers is.’

Voor diezelfde titel ontving ze ook de Zilveren Vingerafdruk, een publieksprijs voor spannende boeken, die ze samen met echtgenoot Wim in ontvangst nam. Hoewel haar man liever niet in de schijnwerpers staat, maakte hij voor deze gelegenheid graag een uitzondering.
Wim is haar grote jeugdliefde die al vijfentwintig jaar standhoudt. Ze ontmoette hem op een fietsvakantie toen ze zeventien was. De eerste jaren zagen ze elkaar alleen in het weekend, in haar studententijd woonden ze samen in Amsterdam. ‘We komen samen van zo ver, dat we elkaar niks meer hoeven uit te leggen,’ aldus Simone. ‘Hij weet als geen ander hoe belangrijk het schrijven voor me is, heeft het hele proces van dichtbij meegemaakt. Hij had niets met lezen, maar toen ik in die boekenwereld terecht kwam, heeft hij daar oprechte belangstelling voor opgevat. We deden bijvoorbeeld altijd samen research voor mijn jeugdromans. Als we op vakantie gingen, was dat altijd naar een land waar mijn boek zich op dat moment afspeelde.’ Een goedverkopende topauteur als vrouw, hoe is dat voor echtgenoot Wim? ‘Daar hebben we veel over gepraat, omdat ik zeker wilde weten dat er niet iets van ongenoegen sluimerde bij hem. Maar Wim is veel introverter dan ik, hij blijft liever achter de schermen. Hij gunt mij het succes. En laten we wel zijn, hij plukt er zelf ook de vruchten van. Door het financiële aspect heeft hij een oude droom kunnen verwezenlijken: een eigen administratiekantoor aan huis.’
Dat haar leven zo voorspoedig verloopt – een stabiel huwelijk, twee blakende kinderen, een succesvolle carrière – is voor Simone opvallend genoeg ook een bron van ongerustheid. Ergens baart het haar zorgen dat het haar zo mee lijkt te zitten. De calvinist in haar wijst haar voortdurend op alles wat mis zou kunnen gaan. Er kunnen auteurs opstaan die nog geliefder zijn dan zij. Het thrillergenre kan zijn populariteit verliezen. Haar gezin kan iets overkomen.

Je bent een beetje een doemdenker.
‘Van de buitenkant ben ik vrolijk en spraakzaam, vanbinnen een behoorlijke piekeraar’ beaamt ze. ‘Daar moet ik me vreselijk tegen verzetten. Ik wilde zó graag kinderen, dat ik dacht: ik zal wel kinderloos blijven. Maar ik kreeg er twee. Mijn andere grote droomwens was voor mijn dertigste te debuteren als schrijfster. Ook dat lukte. Eerst waren het mijn jeugdboeken die goed liepen, daarna werd het nog gekker met die thrillers… Ik dacht: wanneer komt nu de klap? Dit kan toch zo niet door blijven gaan? Ik voelde steeds de dreiging dat er op een ander vlak dan wel iets ergs zou gebeuren.’

Toen ze acht jaar geleden last kreeg van hypermobiele gewrichten ervoer ze dat bijna als een opluchting. Ze had voortdurend ontstekingen, haar lichaam deed pijn en ze kon nog maar anderhalf uur per dag schrijven, maar ergens was ze blij met haar aandoening. ‘Ik had het idee dat het bedoeld was om de boel een beetje in balans te brengen. Aan de ene kant al dat geluk, aan de andere kant die gewrichtsproblemen. Dat klopte wel volgens de wetten van de karma.’
Maar daar bleef het niet bij. Vorig jaar zomer ging ze met een melanoom naar de dokter, die vervolgens huidkanker constateerde. Met haar fatalistische inborst ging ze direct uit van het ergste: haar leven was ten einde. Maar gelukkig kreeg ze ongelijk. Na twee slopende maanden kwam de verlossende diagnose: geen uitzaaiingen. Ze was er op tijd bij, de kanker was nog operabel. Toch wil ze het er liever niet meer over hebben – dat maakt haar emotioneel. Het was de somberste periode uit haar leven en door erover te praten is ze weer dáár. Het melanoom heeft haar nog eens extra met haar neus op de vergankelijkheid der dingen gedrukt. ‘Ik ben me ervan bewust dat geluk niet blijvend hoeft te zijn, dat ik ervan moet genieten en er dankbaar voor moet zijn,’ zegt ze. ‘Het leven is een loterij: de een zit alles mee, de ander krijgt klap na klap. Ik geloof niet dat er hierboven iemand zit met een weegschaal, maar dat je het als mens zelf moet doen, dat je blind moet varen op je eigen kracht en dat je pech kunt hebben of geluk.’

Heeft de ervaring je ook iets opgeleverd?
‘Ik ben meer in het hier en nu, niet meer bang om ouder te worden, maar juist blij dat ik leef en dat ik blíjf leven. Dat ik van een mooie voorjaarsdag kan genieten, plannen kan maken, nieuwe boeken kan schrijven. Ik hoef niet zo nodig méér succes, méér prijzen, méér wilde toekomstplannen. Als alles gewoon zo kan blijven als het nu is, vind ik dat al helemaal geweldig.’

Wellicht dus toch gewoon een zondagskind?
‘Zou kunnen. Maar dat durf ik dan weer niet hardop te zeggen.’ Lacht: ‘Want wie weet wat er volgende week weer gebeurt!’

Pam van der Veen

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto