• Facebook
  • Twitter
  • Nieuwsbrief
  • Homepage

Het boekenbal

15 maart 2013

Vandaag is het Boekenbal, en dat brengt elk jaar weer de nodige opwinding teweeg. Vooral bij mensen in mijn omgeving, die geïnteresseerd vragen of ik ga en hoe het is om op het Boekenbal te zijn. Dan antwoord ik dat ik inderdaad ga, en dat het een speciale avond is. Alleen al het feit dat niet iedereen zomaar een kaartje weet te bemachtigen, verheft de avond tot mythische proporties. En als een entreebewijs je gegund is, is dat niet per se voor de hele avond. Eerst is er namelijk een voorprogramma, en in de zaal passen aanzienlijk minder mensen dan in de rest van de Stadsschouwburg. Dus na het culturele gedeelte van de avond, zo rond een uur of tien, stroomt er nog eens een hele bende feestgangers naar binnen.

Niet dat ze veel gemist hebben, het voorprogramma heeft de reputatie aan de saaie kant te zijn. De laatste jaren is dat onder de bezielende leiding van de nieuwe CPNB-directeur een stuk beter geworden, humoristisch zelfs, maar er liggen barre tijden achter ons. Ik kan me een optreden herinneren waarbij iedereen uit verveling naar zijn smartphone greep, mensen demonstratief op elkaars schouder gingen liggen, en iemand die er schoon genoeg van had luid begon te klappen om een einde aan de voorstelling te maken. Ook is er eens een voordracht geweest waarbij heel schrijvend Nederland zo belachelijk werd gemaakt dat na afloop nauwelijks iemand klapte en de toeschouwers kokend van woede de zaal verlieten.

Over het verloop van de verdere avond, en vooral de nachtelijke uurtjes, gaan nogal wat verhalen rond. Wilde verhalen. Over auteurs die met elkaar op de vuist gaan, vreemd gaan op de trappen van de Schouwburg of bezopen over de rode loper naar buiten kruipen. Helaas heb ik zoiets nooit gezien, terwijl ik toch echt wel tot in de kleine uurtjes doorga. Wat ik wel zie, is een bonte verzameling BN’ers die feestelijk uitgedost door de barokke gangen van de Schouwburg paradeert. Het Boekenbal is één groot defilé van mensen die zien en gezien willen worden. Een aantal schrijvers geeft audiëntie op de trappen en blokkeert daarmee de doorstroom, onverschillig neerkijkend op de voorbijtrekkende meute. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat hun kunstknieën het hebben begeven, of dat ze bijna door hun nieuwe heup zakken.

In de zaaltjes en ontvangsthal staan de overige 490 gasten bijeen, een glas wijn of bier in de hand, schreeuwend in elkaars oor om boven het rumoer uit te komen. Na twaalven heeft niemand meer een stem over en wordt op brute wijze versieringen van trappen, plafonds en uit de toiletten geroofd, want dat mag na middernacht.

Wie genoeg heeft van het staan of hangen tegen de bar, begeeft zich naar de dansvloer, waar het echte feest wordt gevierd. Leuk om schrijvers en BN’ers, van wie je je trouwens afvraagt wat ze in vredesnaam geschreven hebben, uit hun dak te zien gaan.

Soms zie je weleens iets lolligs, zoals het kaartje van een gehuurde jurk dat naar buiten bungelt of een overhemd dat niet goed in een duur Italiaans pak is teruggestopt, maar gekker dan dat heb ik het nog niet meegemaakt.

Dus op de vraag van Met het oog op morgen, het radioprogramma dat me vandaag opbelde of ik live verslag wil doen van het Boekenbal, heb ik nee gezegd. Ik zou niet weten wat ik moet vertellen.

Blogs