Eva, juni 2007
De droom van auteur Simone van der Vlugt: Het laatste offer in de bios, ik zie het al helemaal voor me.
Haar meisjesdroom was schrijfster worden. Op haar 29e kwam die uit. Ook wilde ze graag thrillers voor volwassenen schrijven: in 2004 was het zover. Nu droomt ze van de verfilming van haar boek Het laatste offer . ‘Ik zie het al helemaal voor me!’ Het boek heeft in elk geval alle ingrediënten in zich voor een spannende avonturenfilm.
Het regent pijpenstelen in Alkmaar, maar in huize Van der Vlugt is het aangenaam toeven op een knusse bank, omringd door witte meubelen in landelijke stijl. In Simones werkkamer troont, naast een bureau met computer en boekenkasten, een witspijlen bedbank met een blauwe quiltachtige sprei. Simone: ‘Ik heb geregeld pijn in mijn nek, dus dan ga ik even op dat bed liggen, lezen of tv kijken. Ook als het druk is, vind ik het heerlijk om me terug te trekken in mijn kamer. Alle boeken staan daar, het is mijn wereldje.’
Je begon met het schrijven van historische jeugdboeken. In je laatste boek voor volwassenen komt geschiedenis weer om de hoek kijken. Hoe kom jij aan zo’n passie voor het verleden?
‘Op mijn 14e las ik Thea Beckman en zij was er verantwoordelijk voor dat ik een nieuwe kijk op geschiedenis kreeg. Zij liet het leven van een gewone man en vrouw in andere tijden zien. Het drong tot me door dat als ik een paar eeuwen eerder was geboren, ik misschien ook wel zo’n leven had gehad. Mijn verbeeldingskracht doet de rest. Als ik op mijn fiets door Alkmaar rijd, stel ik me voor: wat gebeurde er achter die oude muren, wat heeft zich hier allemaal afgespeeld?’
Je zou verwachten dat je in een historisch pandje woont, maar je leeft in een modern huis.
‘Ik houd van comfortabel en netjes. Ik heb niet de behoefte om te leven in een oud pand met krakende deuren en verzakte vloeren. Ik vind het genoeg om me in mijn verbeelding daar op te houden. Daarna sta ik weer stevig in de 21e eeuw. Ik heb er ook geen behoefte aan om een middeleeuwse wereld om me heen te creëren. Ik weet er genoeg van om er niet naar te verlangen.
Heb je het schrijven van jeugdboeken losgelaten of…?
‘Ik had nog wat onafgemaakte zaken in de kast liggen waar ik even geen raad mee wist. Nu wel. Zeker twee historische jeugdromans komen er aan .Ik ben ook een jeugdverhaal aan het schrijven dat zich in deze tijd afspeelt. Dat boek verschijnt deze zomer.’
Waarom heb je niet eerder voor volwassenen geschreven?
‘Al op mijn 18e probeerde ik thrillers te schrijven, maar uitgevers reageerden niet. De historische jeugdboeken waren wel succesvol, maar ik wilde helemaal niet ‘alleen’ jeugdboekenschrijver zijn. Toch twijfelde ik later om die stap naar volwassenen opnieuw te wagen. Ik hoorde veel negatieve reacties: ‘Als je een jeugdboekenschrijver bent, moet je niet denken dat je ook voor volwassenen kunt schrijven.’ Je bent als snel ene jaar met een boek bezig en stel dat het niet lukt! We hadden het niet breed en vulden het ene gat met het andere. We zouden een hoop inkomsten mislopen. Toen de financiële situatie beter werd, voelde ik heel sterk: nu moet ik het doen!’
Je schrijft in Het laatste offer uitvoerig over allerlei theorieën, over de Ark bijvoorbeeld. Hoe kijk je persoonlijk aan tegen God en de Bijbel?
‘Ik geloof nergens in, maar ik sta overal voor open. In mijn boeken geef ik iets weer van mijn zoektocht naar antwoorden. Ik krijg ze niet, maar dat wil niet zeggen dat er ook niets is. Ik weet alleen niet wat. De Bijbel geeft mij geen antwoorden, die roept alleen meer vragen op. Ik zie een spagaat tussen wat de wetenschap beweert en wat de Bijbel zegt. Ik denk persoonlijk dat in de Bijbel een kern van waarheid zit, maar dat die in de loop der eeuwen zo vervormd is dat je niet alles letterlijk moet nemen.’
Het katholieke geloof gaf de hoofdpersoon veel houvast in haar tienertijd. Later kwam ze in aanraking met wetenschappelijke theorieën, waardoor haar geloof wegebde. Is dat jouw verhaal?
‘Ja, dat is mijn geschiedenis.’
Heb je wel eens geprobeerd om met christelijke wetenschappers in contact te komen, om te vragen hoe zij dat kunnen rijmen?
‘Nee, zijn ze er dan? Bovendien, ik ben ook niet echt op zoek naar God. Als ik diep in mijn hart kijk, dan geloof ik er niet in. Ik kan me van God helemaal geen voorstelling maken. Ergens vind ik dat jammer, omdat ik zie dat mensen veel kracht uit het geloof in Hem kunnen halen. Jaloersmakend. Het is zoveel makkelijker om van daaruit stelling te nemen, om daaruit energie te putten. Het is moeilijker om de energie puur uit jezelf te halen. Maar ik wil eerst bewijzen zien. Jezus is voor mij niet meer dan een historische figuur met een bepaalde bezieling. Waarom, als God bestaat, moet Hij altijd zo geheimzinnig doen om Zich te laten zien? Wat is het nut van een blindelings geloof? Heb jij het ultieme bewijs?’
Op de Bijbel, Jezus, getuigen van Hem, de schepping, de kerk en eigen ervaring na niet, nee.
‘Precies, en daar heb ik moeite mee. Dat is voor mij een te wankele basis om in mee te gaan.’
De Kaarten op tafel. Waar ben je aan gehecht?
‘Aan het huiselijke kringetje om mij heen: mijn gezin, de familie, de hond. Ik ben een huismus. Als ik voor research naar het buitenland reis, moet mijn gezin mee. Ik ga niet in mijn eentje in hotels zitten dan ga ik dood van de heimwee.’
Welke wonderen heb jij meegemaakt?
‘Dat is alles wat ik vroeger wenste, gekregen en bereikt heb. Ik heb een gezin, kinderen en ik ben schrijver. Je kan zeggen: dat is normaal als je er hard voor gewerkt hebt, maar dat is natuurlijk niet zo. Negen van de tien mensen werken hard en krijgen niet alles wat ze verlangen.’
Is jouw leven altijd voorspoedig verlopen?
‘Ja, eigenlijk wel. Natuurlijk heb ik wel eens vervelende dingen meegemaakt. Bijvoorbeeld toen ik met een baan begon, wat uitgebreid beschreven is in De reünie. Maar het is nooit zo erg geweest dat ik professionele hulp nodig heb gehad. Je hoort wel eens dat een verknipte jeugd, gestorven kinderen of vervelende relaties goudmijnen zijn voor een schrijver. Gelukkig heb ik het zonder die ‘goudmijnen’ hoeven te doen. Tegelijkertijd heeft die voorspoed me altijd beangstigd. Ik dacht vaak: op een dag ben ik ongelofelijk aan de beurt. In die tijd dat we het niet breed hadden, kocht ik bijvoorbeeld kleren in de uitverkoop voor het jaar daarop. En meteen dacht ik: ik hoop dat mijn kinderen er volgend jaar nog zijn. Nu heb ik meer vertrouwen en daardoor kan ik beter genieten van wat ik heb, hoewel doemdenken nog wel eens venijnig de kop op steekt.’
Wat zou je anders willen zien aan jezelf?
‘Ik zou iets minder openhartig en impulsief willen zijn. Ik kan dingen eruit flappen die verkeerd geïnterpreteerd worden. Enthousiast vertellen over wat mij is overkomen, zonder rekening te houden met mensen die dat ook wel hadden gewild. Overigens ben ik niet impulsief in de beslissingen die ik neem: die overweeg ik goed.’
Wat typeert jouw vrienden?
‘Ze kunnen goed luisteren en het sociale vrolijke mensen. Ik heb niet zoveel geduld met mensen die introvert zijn of de kat uit de boom kijken. Dat wil niet zeggen dat mijn vrienden allemaal extravert zijn, maar ik zeg altijd: slik niet alles in, ik kan veel hebben.’
Wat heb jij te geven aan de samenleving?
‘Ik wil anderen laten delen in mijn geluk. Ik help bijvoorbeeld mensen in mijn omgeving die graag willen schrijven. Ik lees hun verhalen en heb zelfs iemand met zijn manuscript van a tot z begeleid. Helaas is sinds die tijd de vriendschap voorbij. Heel pijnlijk en je voelt je gebruikt. Je neemt je voor: dat doe ik dus niet meer. Maar dan komen er andere mensen en denk ik: die hebben niets met hem te maken. Het ligt niet in mijn aard om te zeggen: ‘Je zoekt het maar uit.’ Ik zal altijd de deur openzetten voor mensen die hulp nodig hebben.’
Wat geeft je positieve energie?
‘Mijn familie, mijn gezin. Samen er op uit trekken. Je kan nog zoveel succes hebben, maar als je in je eentje op de bank zit, heb je een armoedig bestaan.’