Schuld
Op dat moment ziet ze haar. Evi. Ook al staat ze buiten, er lijkt opeens maar heel weinig zuurstof in haar omgeving te zijn. Zoë staart naar het groepje, maar het beeld trilt voor haar ogen, als hitte boven het asfalt. Haar huid lijkt strak getrokken te worden, haar armen en benen voelen slap aan en haar hart bonst als een vuisten tegen haar ribbenkast. Pas als het meisje zich omdraait, wordt de betovering verbroken. Het is Evi niet. Natuurlijk is het Evi niet, hoe zou het Evi kunnen zijn?Bestel: Schuld – Simone van der Vlugt
MEER INFO
Het Alkmaars Weekblad Woensdag 24 oktober 2007
“VERVOLG OP SCHULD BIJNA KLAAR”
ALKMAAR – Ze heeft zich allang bewezen als schrijfster. Onder jongeren zijn haar historische jeugdboeken razend populair. Volwassenen lopen weg met haar psychologische thrillers. Het nieuwste boek van Simone van der Vlugt heet ‘Schuld’ en is bedoeld voor kinderen vanaf elf jaar.
Door: Sanne de Weerd
In Schuld leren we Zoë kennen. Een dertienjarig meisje dat paranormaal begaafd is. Simone ontdekte dat kinderen dit onderwerp erg interessant vinden. “Ik merkte dat mijn eigen zoon en dochter graag naar televisieseries kijken met dit onderwerp. Een vriendinnetje van mijn dochter vertelde zelf paranormaal begaafd te zijn. Voor haar was dat heel normaal. Ze vertelde erover en ging vervolgens weer lekker televisie kijken. Terwijl ik dat echt even moest verwerken.”
Het vooronderzoek deed de Alkmaarse op paranormaal beurzen en bij mediums. “Ik ben zelf redelijk nuchter en ik denk dat dat voor het boek heel goed is. Anders kun je jezelf erin verliezen. Dan ga je misschien teveel de diepte in. Tijdens de gesprekken met mediums merkte ik ook dat ik een heel eind kan meekomen, maar er zijn grenzen. Toen ik hoorde dat geesten ook autorijden ben ik afgehaakt.”
Het genre hedendaags jeugdboek is nieuw voor Van der Vlugt. “Na de vele historische jeugdboeken wat dit een nieuwe uitdaging voor mij. Bij mijn vorige boeken bereikte ik toch een bepaalde groep jongeren. Met Schuld hoop ik en bredere groep kinderen te kunnen bereiken. Daarbij wilde ik wel iets kunnen toevoegen. Niet weer over verliefdheid of pesten schrijven. Tijdens het werken aan Schuld wist ik dat ik direct dat het een serie moest worden. Ik wilde nog zoveel kanten op met het verhaal. Deel twee is nu bijna klaar en gaat Vlinders heten.’
Het verhaal speelt zich af in Hoorn. “Daar heb ik zelf op de basisschool gezeten. Ik heb ook bewust gekozen om het verhaal niet weer in Alkmaar of omgeving te laten afspelen. En ik kom nog regelmatig in Hoorn om vrienden te bezoeken. Dit stad zit goed in mijn hoofd, al heb ik dat niet echt nodig. In mijn thrillers beschrijf ik de omgeving gedetailleerder.’
LUCHTIG
Het is niet niks wat Zoë meemaakt. Ze geeft zichzelf de schuld van het overlijden van haar beste vriendinnetje. Desondanks blijft het meisje redelijk vrolijk door het leven gaan. “Het is gelukkig ook niet zo dat iedereen meteen zwaar depressief wordt bij zo’n gebeurtenis. Als ik Zoë zo zwaarmoedig had neergezet was het volgens mij geen leuk boek geworden. Het moest wel een beetje luchtig blijven.”
De veelzijdige schrijfster heeft qua aanpak niet veel moeite om te switchen van jeugd- naar volwassenenboeken. “Het is een knop die omgaat. Dat is het zelfde als je een boek gaat lezen. Dan wéét je ook voor welke doelgroep hij is geschreven. Het is voor mij wel heerlijk om af te wisselen tussen zo’n jeugdboek of een thriller. Als het een af is vind ik het een verademing om aan het ander te beginnen.”
De titel Schuld en de omslag zijn gekozen door haar lezers. “Begin dit jaar heb ik de kinderen laten kiezen uit verschillende titels. ‘Zoë’s zesde zintuig’ was ook een optie. Schuld wordt niet alleen door jongeren gelezen. “Laatst had ik een signeersessie waarbij een man vertelde dat het boek voor Brechtje was. Dus ik vroeg naar haar leeftijd. Bleek ze dertig te zijn! Dan ga ik niet vertellen dat het een jeugdboek is hoor. Moeten ze de achterkant maar beter lezen,” lacht de sympathieke schrijfster. Het vervolg op Schuld is dus bijna klaar. Maar ook haar vierde psychologische thriller ligt op de plank. “Die verschijnt in februari en heet Blauw water.”
Op de website www.simonevandervlugt.nl is de schrijfster een forum gestart waar kinderen kunnen vertellen over hun paranormaal begaafdheid.
“Ontzettend leuk om via de site interactie te hebben met mijn lezers. Misschien kan ik er weer inspiratie opdoen voor een nieuw boek.”
FRAGMENT
Het regent. Haar fiets staat te druipen tegen de muur. Met een vies gezicht haalt Zoë haar hand over het natte zadel. Als ze ergens de pest aan heeft is het wel aan op een nat zadel zitten.
Met een zucht vist ze haar fietssleuteltje uit haar broekzak en dan ziet ze het: een lekke band. Ook dat nog!
Woedend om zoveel pech geeft ze een schop tegen het voorwiel, alsof dat wat helpt. Mismoedig hijst ze haar rugzak op haar rug. Dat wordt een lange wandeling naar huis.
Het begint harder te regenen en met een diepe zucht loopt Zoë met haar fiets aan de hand de straat uit. De Wisselstraat is een smal straatje waar net een auto door kan. Als ze aan het einde van de straat een auto ziet afremmen, gaat ze automatisch rechts lopen om hem de ruimte te geven door te rijden.
Maar de auto rijdt niet door. De bestuurder gooit zijn portier open en kijkt Zoë vragend aan. `Lekke band?’
Zoë knikt, op haar hoede.
`Wat vervelend. En dat met zulk rotweer.’ De man stapt uit. Hij is lang en heeft heel kortgeknipt donker haar. `Zal ik je fiets even achterin gooien? Dan breng ik je thuis.’
Zoë blijft staan. `Nee, dank u. Dat hoeft niet.’
`Zeker weten?’ De man kijkt haar vriendelijk aan. `Het is een kleine moeite hoor.’
Er is niets verdachts aan de man te bespeuren. Hij ziet er niet uit als een crimineel en hij gedraagt zich er evenmin naar. Hij zet ook geen stap in Zoë’s richting en kijkt haar vriendelijk aan. Hij zou de vader van een vriendinnetje kunnen zijn die haar een lift aanbiedt.
Maar het is geen vader van een vriendinnetje en al met al blokkeert hij wel het poortje dat toegang geeft tot de Wisselstraat.
Zoë merkt dat ze zweethanden krijgt. Ze knijpt zo hard in de handvaten van het stuur dat haar vingers zeer doen. Het is alsof een enorme donkere wolk in het steegje neerdaalt. De man staat stil, zij staat stil en toch is ze zich bewust van naderend gevaar.
WEGWEZEN! schreeuwt een stem in haar hoofd.
Aarzelend begint Zoë haar fiets te keren. Het is doodstil in het straatje, waar anders zoveel mensen in-, en uitlopen. De man komt dichterbij.
`Hé, weet je het echt zeker? Het wordt ook al zo vroeg donker. Ik zou het niet prettig vinden als mijn dochter rond deze tijd helemaal naar huis moest lopen.’
Hij heeft helemaal geen dochter, weet Zoë.
In de paar seconden die het de man kost om naar haar toe te lopen ontmoeten hun ogen elkaar en flitst de nabije toekomst door haar hoofd. Ze ziet zichzelf vechten en huilen om los te komen, ze hoort het scheuren van haar kleding, ruikt de zure zweetlucht van de man en voelt zijn hand op haar mond.
Ze deinst achteruit, haar fiets beschermend tussen hen in, en weet dat ze geen tijd meer heeft om haar rijwiel te keren, erop te springen en weg te racen. Ze is te laat, ze had meteen moeten omkeren.
De man komt steeds dichterbij. `Kom op,’ zegt hij overredend.
Een huivering glijdt over Zoë’s rug.
RENNEN! NU!
Ze laat het stuur los, draait zich met een ruk om en rent zo hard ze kan terug de steeg in. Achter haar klettert haar fiets op de grond en de man roept iets. Ze let er niet op maar rent verder. Ze verwacht ieder moment een hand op haar maar dan is ze het bochtje in de steeg door en rijst de bibliotheek als een baken van veiligheid voor haar op.
Half huilend van angst holt Zoë naar binnen, struikelt over een mat en smakt op de grond. Mensen kijken verbaasd naar haar om maar niemand komt naar haar toe.
Zoë krabbelt overeind en loopt met trillende benen en een razend bonzend hart naar de uitleenbalie.
`Een man,’ stamelt ze. `Er was een man.’
RECENSIES
2008 De leeswelp 3
[Annelies Marin]
Paranormale verschijnselen/schuldgevoelens
12+ – Zoë is 13 en is tijdens de vakantie verhuisd. Op haar nieuwe school maakt ze al snel vrienden, maar ze kan Evi maar niet uit haar hoofd zetten. Zoë voelt zich schuldig en zou het liefst de klok terugdraaien. Ze heeft besloten niemand nog te vertellen over haar speciale gave, want soms lijkt het alsof ze er enkel kwaad mee doet. Het liefst wil ze ervan af, maar ze voelt dat ze haar gave moet gebruiken om mensen te helpen. Wanneer er rare dingen staan te gebeuren, probeert Zoë er voor iedereen te zijn. Helaas vergeet ze soms om er ook voor zichzelf te zijn.
Anders zijn is niet makkelijk, zeker niet als je in je puberteit zit en het verlies van je beste vriendin moet verwerken. Zoë wil liever wegvluchten voor de werkelijkheid, maar haar bovennatuurlijke gave dwingt haar met beide voeten in het nu te staan en verantwoordelijkheid op te nemen voor haar omgeving. Haar gave is echter niet almachtig en wanneer Zoë voelt dat ze faalt en de mensen rondom haar in de steek laat, wordt ze overspoeld met schuldgevoelens.
Simone van der Vlugt schreef een herkenbaar verhaal over een tienermeisje dat haar plaats zoekt in een chaotische wereld die ze nooit volledig onder controle zal hebben. Daarbij heeft de auteur aandacht voor de gedachten en emoties van het hoofdpersonage en weet ze die op treffende wijze te verwoorden. Ze speelt in op de moderne technologie door e-mailfragmenten op te nemen en verkent de wereld van het paranormale zonder zichzelf te verliezen in een te irrealistisch plot.
Naast het verhaal over een diepe vriendschap is er in het boek ook plaats voor typische tienerproblematiek: onzekerheid, verliefdheid, stoerdoenerij, identiteitscrisis… Binnen de warmte en het begrip van haar gezin en dankzij de sympathie van haar nieuwe vrienden neemt Zoë het leven opnieuw in eigen handen. Ze vindt weer nieuwe energie om te bouwen aan een toekomst waarin iedereen, ook haar vriendin Evi, én haar gave een speciale plaats krijgen: “Ik heb nagedacht toen ik net uit het park terugrende naar huis. Misschien hoort deze gave wel gewoon bij me, of ik het wil of niet. En het heeft ook zijn voordelen. Dat ik me niet meer zo ellendig eenzaam voel…”
Een vlot meeslepend meisjesboek voor wie houdt van een alledaagse realiteit die nét iets anders is.
LEEUWARDER COURANT
De gave van Zoë
Door Marja Boonstra
De dertienjarige Zoë ziet mensen die zijn overleden en krijgt beelden van de toekomst. Ze is in de vakantie verhuisd en op haar nieuwe school weet niemand van haar bijzondere gaven. Niemand weet ook dat ze de door van haar hartsvriendin Evi heeft voorvoeld maar niet heeft kunnen voorkomen. Zoë worstelt daardoor met een groot schuldgevoel en raakt een beetje in paniek als ze in een droom ziet dat klasgenootje Renske ernstig ziek wordt. Moet ze Renske nu waarschuwen of niet? Soms is het helemaal geen winst om je toekomst te kennen, zegt Zoë’s moeder.
Gelukkig loopt het goed af. Renske heeft een blindedarmontsteking en knapt na de operatie snel op. Zoë is blij dat ze het ook wel eens mis heeft. Ze is ook blij met haar nieuwe vrienden en vriendinnen, die er voor zorgen dat ze zich niet meer zo alleen voelt. Het lukt haar om Evi los te laten en meer vrede te hebben met haar gave.
Simone van der Vlugt is vooral bekend als schrijfster van historische jeugdromans. Ze maakte van Schuld een ingetogen en tegelijkertijd eigentijds boek. Je kunt er natuurlijk heel gemakkelijk een ronkend en sensationeel verhaal van maken, maar dat heeft ze niet gedaan. De ‘gave’ van Zoë is aanwezig maar voert niet de boventoon. Uiteindelijk gaat Schuld over het omgaan met verdriet en na een verhuizing je draai vinden op een nieuwe school. Iets waar veel jongeren zich in zullen herkennen.
FRIESCH DAGBLAD
Wel of niet Schuldig?
Door Jant van der Weg
Het zal je maar gegeven zijn, dat je dingen ziet die anderen niet zien. Dat je daarbij een verantwoordelijkheidsgevoel hebt dat tot schuldgevoelens kan leiden, is het bijna logische gevolg van zo’n gave. Zoë, hoofdpersoon in Schuld, ondervindt dat heel nadrukkelijk.
Mailtjes
In eerste instantie word je als lezer even op het verkeerde been gezet met de terugblikken in cursief en de regelmatig opduikende mailtjes aan haar vriendin. Die gegevens laten je denken dat ze haar vriendin iets heeft aangedaan. Maar al snel wordt duidelijk dat het meer met haar helderziendheid heeft te maken. Hoe ga je daarmee om? Temeer als mensen je al niet willen geloven. Daarom besluit de dertienjarige Zoë, als het verhaal begint, op haar nieuwe school niets over haar gave te zeggen.
Ze heeft het niet gemakkelijk in het leven, met ouders die uit elkaar zijn gegaan, met een nieuwe school, maar vooral met die helderziendheid. Toch laat dat laatste haar ondanks haar voornemen niet met rust, ziet ze wat er gaat gebeuren met een niet populaire klasgenote. Mooi wordt getekend hoe ze de schuldgevoelens ten aanzien van haar verongelukte vriendin verwerkt. Het is ook niet niks als mensen je eerst niet willen geloven en je vervolgens verwijtende blikken toewerpen. Haar buurman op school, een jongen met gothic uiterlijk die zich nauwelijks met de klas bemoeit, blijkt uiteindelijk degene te zijn die haar wel begrijpt.
Vanuit verschillende hoeken wordt dit gegeven uitgewerkt, met het perspectief van Zoë als belangrijkste uitgangspunt. De mailtjes waarin Zoë herinneringen ophaalt aan haar beste vriendin dienen als verwerking van haar verdriet. Die terugblikken zorgen voor het opwekken van spanning die langzamerhand de zaken duidelijk maakt. Dit alles geschreven in aansprekende taal.
BOEKIDEE
Zoë (dertien jaar, nieuw op school, helderziend), in Schuld van Simone van der Vlugt (Lemniscaat), wil op haar nieuwe school met een schone lei beginnen. Ze heeft een schuldgevoel overgehouden aan het feit dat ze het verongelukken van har vriendin niet heeft weten te voorkomen, terwijl ze het ongeluk wel had voorzien. Maar vanaf de eerste dag wordt ze met haar helderziendheid geconfronteerd. Vakkundig bouwt Van der Vlugt de spanning op: wat gaat Zoë nog meer allemaal zien? Het boek wekte in mijn tweede klas onmiddellijk veel belangstelling.
Samina Salemy (dertien jaar, 2VWO College Hageveld, Heemstede): ‘Zoë heeft een paranormale gave. Ze durft het niet tegen iedereen te zeggen, omdat ze bang is dat toch niemand haar gelooft. Haar ouders en een paar vriendinnen, onder wie haar dode vriendin Evi, wisten het wel. Ze is met haar moeder en haar broer verhuisd naar Hoorn, haar vader woont in Gouda met zijn nieuwe vriendin. Zoë maakt snel vrienden in Hoorn, maar toch kan ze haar vriendin Evi niet uit haar hoofd zetten, omdat ze zich zo schuldig voelt. Ze had al voorspeld dat Evi dood zou gaan. Maar gelukkig heeft ze niet altijd gelijk met wat ze voorspelt en ziet; soms droomt ze iets wat dan gelukkig niet uitkomt. Het is echt een leuk boek. Als je er eenmaal aan begint kan je er ook bijna niet meer mee stoppen. Ik raad je echt aan het te lezen, omdat je niet vaak een boek over een paranormaal begaafd meisje leest. Ze kan alles zien wat er in het verleden is gebeurd, wat er in de toekomst gaat gebeuren en soms ziet ze geesten, dode mensen die ze kent, verschijnen.’
BIBLION
De dertienjarige Zoë is in de zomervakantie verhuisd en gaat naar een nieuwe school. Haar nieuwe klasgenootjes weten nog niets over Zoë en haar paranormale gave. Zoë ziet mensen die overleden zijn en krijgt beelden van de toekomst. Haar beste vriendin Evi is overleden, nadat Zoë voorspeld had dat haar iets zou overkomen. Zoë voelt zich schuldig en probeert in haar nieuwe klas haar helderziendheid voor zich te houden. Toch ‘ziet’ ze in de toekomst dingen gebeuren met haar klasgenoten en heeft ze het moeilijk met het feit of ze moet waarschuwen of juist niet. Mooi, indringend geschreven verhaal, waarin veel problemen aan de orde komen. Een aantal problemen wordt er echter bijgehaald zonder dat deze verder uitgewerkt worden, zoals de moeder van Ivar die MS heeft en Shanna die van haar ouders hoge cijfers moet halen om naar het VWO te kunnen en ook nog eens een dievegge is. Goede verhaalopbouw, prettig leesbaar. Aantrekkelijke foto-omslag. Vanaf ca. 12 jaar
Door: S. van Bruinisse
Noordhollands Dagblad, zaterdag 6 oktober 2007
HELDERZIENDHEID: EEN GAVE OF EEN STRAF
Simone van der Vlugt heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een veelzijdige schrijfster. Aanvankelijk werd ze geprezen als ‘de opvolgster van Thea Beckman’ door haar historische romans. Maar er verschenen ook boeken voor jonge kinderen (Potverdrie, Sophie) en later thrillers voor volwassenen. En nu is ze opeens een andere weg ingeslagen. Met Schuld waagt ze zich aan een tienerroman over een meisje in het hier en nu. Inhoudelijk heeft ze het zich daarbij niet gemakkelijk gemaakt. Schuld gaat over de 13-jarige Zoë, die net vanuit Gouda naar Hoorn is verhuisd. Maar zij is geen gewone tiener. Ze is helderziend. Voor Zoë is dat bepaald geen zegen. Elke keer vraagt ze zich af of zie iemand de waarheid moet zeggen als ze een visioen heeft. Zoals bij Evi, haar vriendin. Zoë voorzag dat Evi tijdens een ruiterwedstrijd zou vallen en haar nek breken. Ze waarschuwde haar, maar Evi ging toch, met fatale gevolgen. Was dit Zoë’s schuld? Had ze niets moeten zeggen? Was Evi zenuwachtig geworden en was ze daardoor gevallen?
Door voor een onderwerp al dit te kiezen begeeft Van der Vlugt zich op glad ijs. Weinig auteurs kunnen bij zo’n thema goed balanceren op de scheidslijn tussen fraai proza en zweverige nonsens. Op zich houdt Van der Vlugt zich vrij goed staande, al wordt het soms wel erg wollig.
Wel weet ze mooi de innerlijke strijd van Zoë aan te geven. Als ze voor het eerst op haar nieuwe school arriveert, is ze niet alleen erg bezig met ‘correct gedrag’ (wat moet ik doen om snel geaccepteerd te worden?), maar doet ze ook haar best om niet te laten merken dat ze een bijzondere gave heeft. Ook de langzaam groeiende vriendschap met haar klasgenoot Ivar omschrijft Van der Vlugt mooi.
Vreemd blijft echter dat ze nog steeds stilistisch zo kan stuntelen. ‘Ik denk dat Merel in verwachting is’ zegt Zoë als ze tussen de middag met Tijmen op het station naar de trein loopt. Tijmen blijft halverwege het perron staan. ‘Wat! In verwachting?’ schreeuwt hij. (En iets verder): ‘Waarom denk je dat Merel in verwachting is?’ Wel heel vaak ‘in verwachting’ achter elkaar. Het boek bevat teveel van dit soort slordigheden om de lezer bij de strot te grijpen.
Commentaar van Simone: “Kinderen zeggen nou eenmaal niet snel ‘is ze zwanger’. En ik spreektaal herhaal je meestal wat de ander net heeft gezegd. Stilistisch is het misschien mooier om dan een ander woord te gebruiken, maar ik hou de spreektaal aan. Dat is niet stuntelen, maar keuzes maken.
