Jehanne
1425. Frankrijk is verwikkeld in de Honderdjarige Oorlog met Engeland. Als op een dag de Engelsen Domremy binnenvallen en een spoor van verkrachting en vernieling achterlaten, maakt de dertienjarige Jehanne de verschrikkingen van de oorlog voor het eerst dichtbij mee. Een paar dag later overkomt haar iets wonderlijks: ze hoort een stem die haar vertelt dat zij degene is die Frankrijk van de vijanden zal verlossen.
Zonder dat haar ouders het weten trekt Jehanne naar het hof van de kroonprins van Frankrijk en belooft hem dat zij hem naar Reims zal brengen waar hij tot koning gekroond zal worden. Bovendien zal zij het leger leiden dat Orléans moet ontzetten. Aanvankelijk stuit Jehanne op veel verzet en ongeloof, maar geleidelijk aan wint ze het vertrouwen van de prins en het volk. Geleid door de stemmen weet Jehanne haar goddelijke opdracht te volbrengen.
Dan zwijgen de stemmen in haar hoofd, maar Jehanne kan niet geloven dat haar opdracht voltooid is – er moeten nog zoveel steden bevrijd worden van de Engelsen! Ze besluit niet terug te keren naar Domremy, maar de koning en zijn leger te blijven dienen.
De gebeurtenissen nemen echter een fatale wending als Jehanne tijdens een poging om Compiègne te bevrijden gevangen wordt genomen en wordt uitgeleverd aan de Engelsen.
Jehanne is de geschiedenis ingegaan als Jeanne d’Arc. In dit boek lees je haar waargebeurde, tragische levensverhaal.
Bestel: Jehanne – Simone van der Vlugt
FRAGMENT
Daar heb je Mengette,’ wijst Jehanne. `Waarom loopt ze zo hard?’
Ze kijkt naar Mengette, haar vriendin, die met opgeschorte rokken over de landweg holt. Iets in haar manier van doen maakt dat Jehanne verontrust blijft kijken.
Mengette schreeuwt haar iets toe, wild zwaaiend met haar armen. Er is iets mis. Er is iets helemaal mis. Jehanne rent Mengette tegemoet.
`De Godons! De Godons komen!’ Mengette blijft buiten adem voor Jehanne staan.
`Waar! Waar dan?’
`Een stofwolk, dáár!’ Mengette wijst hijgend naar de oude Romeinse weg.
In de verte komt een stofwolk van een onheilspellende omvang snel dichterbij. Dat zijn geen pelgrims die van de weg zijn geraakt, en ook geen gewone dieven want die berijden geen paarden. Het kan niet anders of het is een Engels-Bourgondische soldatenbende die regelrecht op Domremy afgaloppeert. Verlamd van schrik kijkt Jehanne toe.
`De Godons…’ fluistert ze en slaat een kruis.
De andere arbeiders op de velden hebben hebben het onraad ook bespeurd en binnen de kortste keren barst er een paniekerig geschreeuw los. De vrouwen nemen hun rokken bijeen en rennen in de richting van het dorp, of naar de beschutting van het bos. Jean, Pierre en Cathérine zijn Jehanne achternagehold en houden hijgend naast haar halt.
`Wat moeten we doen!’ zegt Cathérine, haar ogen strak op de naderende stofwolk gericht.
`Pierre, breng de meisjes in veiligheid. Ik waarschuw papa en maman!’ Jean aarzelt geen moment, maar rent de dorpsweg in die naar zijn ouderlijk huis voert.
`Ik ga ook naar huis!’ Mengette begint in de richting van het dorp te hollen.
`Mengette! Nee!’ roept Cathérine, maar Mengette luistert niet.
`Snel! Het bos in!’ zegt Pierre gejaagd.
Jehanne en Cathérine schorten hun rode jurken wat op en haasten zich achter hun broer aan, het schuin oplopende veld over. Aan de rand ervan begint een donker eikenbos. Jehanne holt ernaartoe, af en toe over haar schouder achteromkijkend. Vanuit Domremy klinkt een afschuwelijk gegil en gejammer.
MEER OVER ‘JEHANNE’
Het boek Jehanne heb ik geschreven omdat ik op een zonnige dag in augustus zat te bladeren in een geschiedenisboek. Je weet immers maar nooit of je dan een onderwerp voor een nieuw boek tegenkomt. Meestal kom je niet op een idee als je ernaar op zoek bent, maar in dit geval wel. Een paar bladzijden in dat boek waren gewijd aan de geschiedenis van Jeanne d’Arc, een meisje dat in 1412 werd geboren. Ik kende haar levensverhaal wel, maar niet tot in de kleinste details. Geïnteresseerd zat ik te lezen en toen ik het stukje uit had, dacht ik: Dáár zou ik nou graag een boek over willen schrijven. Wat een prachtig verhaal! Het mooiste vond ik, dat het een waar gebeurd verhaal is. Dat heeft altijd wel iets.
Ik fietste naar de bibliotheek en sleepte alle boeken mee naar huis die over Jeanne d’Arc gingen. Ook de jeugdboeken die al over haar waren verschenen, want natuurlijk was ik niet de eerste die op het idee kwam om een boek over haar te schrijven. In zo’n geval moet je je afvragen of je dan nog wel iets toe te voegen hebt aan dat onderwerp. En dat had ik. Ik wilde heel graag het verhaal schrijven vanuit Jeanne’s perspectief. Dus niet meekijken via een andere hoofdpersoon, maar vanuit haar ogen en met haar gedachten erbij. Dat is niet eenvoudig bij een historische figuur. Je moet heel erg opletten dat je niet teveel vanuit jezelf gaat schrijven en je hebt lang niet zoveel vrijheid. Aan de andere kant: ik hoefde ook geen verhaal te verzinnen want dat was kant en klaar. Schrijven over een bekende historische figuur heeft dus zijn voor-en nadelen.


Het leukste is het onderzoek. Ik heb me een week lang verdiept in de geschiedenis van Jeanne, haar biografie gelezen en dat rest je nog één ding: naar de plaats waar het verhaal zich afspeelt gaan. Gelukkig was het toch nog zomervakantie en konden we, mijn man, twee kinderen en ik, onmiddellijk vertrekken. Iedere stap die Jeanne in Frankrijk heeft gezet, hebben wij ook gezet. We hebben alle plaatsen bezocht waar zij is geweest. Al die plaatsen, hoe klein ook, hebben hun eigen Jeanne d’Arc-museum en natuurlijk heb ik ze allemaal bekeken. Als eerste gingen we naar Domrémy-la-Pucelle (vroeger Domremy geheten). La Pucelle betekent “de Maagd” en heeft pas later, ter ere van Jeanne, dat achtervoegsel gekregen. Het dorp is nog steeds klein en heel oud. Midden op het plein staat een mooi beeld van Jeanne, met het opschrift Jehanne. Zo schreef zij haar naam zelf; met een h ertussen. Dat is de reden dat ik haar naam in het boek ook op die manier spel. Als je eens in de buurt van Domrémy-la-Pucelle bent, moet je zeker het geboortehuis van Jehanne bekijken. (Ik schrijf haar naam vanaf dit moment weer zoals ik het gewend ben) Het wordt al zeshonderd jaar zorgvuldig gerestaureerd zodat je nu door haar ouderlijk huis kunt lopen en haar slaapkamer kunt bekijken. Ook het kerkje waar ze de mis bijwoonde staat er nog. De akkers rond het dorp strekken zich uit alsof er geen zeshonderd jaar verstreken zijn, en Jehanne en haar familie nog maar net klaar zijn met ploegen.
In Vaucouleurs ontmoette ik de historicus en archeoloog Henri Bataille. Een bekende naam in Frankrijk. Hij woont naast de ruïne van het kasteel waar Jehanne ooit toestemming vroeg aan Robert de Baudricourt om de kroonprins te mogen bezoeken.
Henri Bataille is gespecialiseerd in het leven van Jeanne d’Arc en wist mij van alles over haar te vertellen. Op die manier heb ik heel wat fouten weten te vermijden en hij heeft veel knelpunten in het verhaal voor me opgelost. (Onder andere waarom Robert de Baudricourt Jehanne uiteindelijk geloofde en haar naar de kroonprins stuurde). Ik kreeg ook nog een afdruk van de handtekening van Jehanne, waarmee ze op 16 maart 1430 een brief ondertekende. Die brief ligt in het archief, dat Henri Bataille bestudeerd heeft. Ik heb die handtekening gebruikt voor de omslag van het boek. Zo is het alsof Jehanne haar eigen verhaal signeert en dat vind ik een mooie gedachte.
PRIJZEN
Eervolle vermelding Jonge Jury in 2003
RECENSIES
“Het NRC-Handelsblad”, april 2001
“Drie dikke boeken schreef Thea Beckman, de grand old lady van de historische jeugdroman, over de Honderdjarige Oorlog.(…) De laatste lacune wordt opgevuld door Simone van der Vlugt, die gezien haar geboortejaar (1966) moet zijn opgegroeid met de boeken van Beckman. In Jehanne vertelt zij het verhaal van het meisje uit de Vogezen dat, gestuurd door geheimzinnige stemmen, de Engelsen uit Orléans verdreef en de Franse troonopvolger liet kronen in Reims. Van der Vlugt is niet de eerste literator die zich stort op de spectaculaire geschiedenis van de Maagd van Orléans, maar ze bewandelt het platgetreden pad met verbeeldingskracht en enthousiasme. Vanaf het pakkende eerste hoofdstuk blijft het spannend – zelfs voor hen die de loop van dit heiligenleven kennen.
Van der Vlugts sterke punt is de psychologisering van Jehanne (een heel gewoon meisje met een rond gezichtje en bruin haar). Schrijvend vanuit het perspectief van de Maagd maakt ze aannemelijk dat het uiteindelijk hoogmoed is die het eens zo bescheiden meisje ten val brengt. (…) Stilistisch heeft Simone van der Vlugt een streepje voor op Thea Beckman; haar een- of tweezinsalinea’s doen wat kortademig aan, maar op slechte zinnen of afgekloven beeldspraak is ze niet te betrappen. Dat Jehanne toch minder indruk maakt dan willekeurig welk deel uit de Beckmantrilogie, komt doordat Van der Vlugt heeft gekozen voor een overbekende hoofdpersoon. Historische fictie werkt vaak het best met een hoofdfiguur die de beroemde gebeurtenissen van zijn of haar tijd vanaf de zijlijn meemaakt. Van der Vlugt had misschien beter kunnen kiezen voor het perspectief van iemand uit Jehanne’s gevolg. (…)”
“Het Fries Dagblad”, 18 april 2001
“(…) Jeanne d’Arc heeft mensen de eeuwen door geïntrigeerd.(…) Een raadsel is en blijft ze, daaraan verandert ook Simone van der Vlugt niets. Desondanks weet ze het meisje in een boeiend verhaal tot leven te wekken. (…) Van der Vlugt weet het meisje met de nodige nuances te tekenen. Dit geldt ook voor de mensen om haar heen, de een met zijn enthousiasme voor haar, de ander met zijn haatgevoelens en zijn twijfels over de waarde van haar boodschap. Het machtsspel, zo oud als de wereld, wordt met verve beschreven. Jammer daarom dat het verhaal in de slotscènes, het einde van Jehanne op de brandstapel, balanceert op de rand van melodramatiek. Daar probeert de schrijfster de gevoelens van het meisje te beschrijven en gaat daarmee naar mijn smaak een beetje de mist in. Het overigens goed geschreven verhaal eindigt daardoor zonder hoogtepunt en dat is spijtig.”
“De Haarlemsche Courant”, mei 2001
“Op 30 mei 1431 komt Jeanne d’Arc op negentienjarige leeftijd in Rouen op gruwelijke wijze om het leven op de brandstapel. Ook die laatste momenten weet Simone van der Vlugt indringend en reëel te beschrijven. Als Jehanne, zoals Van der Vlugt haar naar historische bron noemt, op de kar door de straten van Rouen rijdt, richting brandstapel, schrijft ze: `Onophoudelijk rilt en siddert haar lichaam. Ze kan haar ontlasting niet ophouden en krijgt braakneigingen.’ Geen clichés of trivialiteit, geen quasi heldendom, geen melodrama, maar een volstrekt geloofwaardige beschrijving van iemand die ondanks haar megalomanie, haar koppigheid en verontrustende eigenwijsheid, doodgewoon bang voor de dood is. Het is precies dit wat dit nieuwe boek aantrekkelijk maakt: Van der Vlugt heeft kans gezien deze Franse legende voor de jonge lezer tot leven te brengen. En, gewild of ongewild, zij heeft meer dan dat gedaan. Alle kenmerken in het gedrag van deze Jeanne d’Arc wijzen in de richting van een typisch schizofrene vrouw. Jehanne lijkt net zo megalomaan als de beruchte Oostenrijkse huisschilder met het snorretje die vijf eeuwen na haar ook niet genoeg kon krijgen van het gevoel van macht. ‘Blois! Ze kan bijna niet wachten tot ze er is. De gedachte aan al die strijdbare mannen die samenstromen, bereid om onder haar commando te vechten, is bijna teveel om te bevatten.’ Zo beschrijft Van der Vlugt dat gevoel dat Jehanne ervaart. Als de stemmen Jehanne in de steek laten bidt zij tot Sainte-Catherine: ‘Waarom zegt u niets meer? Wat heb ik verkeerd gedaan? Ik deed het voor Frankrijk!’ Maar terwijl ze dat zegt weet ze dat het niet waar is. De aanval op Parijs was puur voor haar zelf.De lezers die een indringend psychologisch verhaal prefereren, moeten Van der Vlugt lezen.”
