Schijndood



SchijndoodKris Blanken studeert economie in Amsterdam en lijkt in weinig te verschillen van zijn medestudenten. Maar ‘s nachts wordt hij geplaagd door steeds dezelfde angstdromen, waarin hij zijn eigen dood beleeft. Op aanraden van zijn huisgenote Dominique bezoekt Kris een reïncarnatietherapeute. Zij voert hem terug naar het Alkmaar van 1655. Kris is niet langer Kris; hij is Olivier Moeriaans, de achttienjarige zoon van een apotheker met een veelbelovende toekomst als kunstschilder.
Aan die droom komt wreed een einde als de artsen constateren dat hij melaats is en Olivier verbannen wordt uit de stad. In de leprozerie houdt hij het niet lang uit; de voortdurende confrontatie met patiënten bij wie de ziekte in een veel verder gevorderd stadium is, doet hem het tehuis ontvluchten. Hij sluit zich aan bij Jeroom Couttenier, een kwakzalver die door het land trekt om zijn medicijnen te verkopen. Olivier twijfelt aan Jerooms kwaliteiten als arts, maar tegelijkertijd heeft hij al zijn hoop op hem gesteld. Jeroom zegt immers dat hij een onschuldige huidaandoening heeft; misschien is hij dus toch niet melaats. 

Olivier voelt zich steeds meer op zijn gemak in dit nieuwe leven van reizen en rondtrekken. Maar dan breekt de pest uit en overal in het land vallen slachtoffers. Ook in Alkmaar, waar Oliviers familie woont…
Bestel: Schijndood – Simone van der Vlugt 


 

FRAGMENT 

Het is dezelfde droom als altijd. Kris weet dat hij droomt, maar hij slaagt er niet in zichzelf te bevrijden van de beklemming waarin hij gevangen zit. Het is donker om hem heen. Hoge muren belemmeren het uitzicht maar vormen geen hindernis voor het gekreun en gezucht daarachter. Hij is alleen en toch ook niet. Door de kier van de deur vangt hij af en toe een glimp op van voorbij schuifelende gedaanten. Ze komen nooit dichterbij maar hij voelt hun dreigende aanwezigheid. Hij wil naar buiten, weg uit die verstikkend kleine ruimte maar het ontbreekt hem aan moed. De deur kiert langzaam verder open. Hij kan weg. Hij staart naar de duisternis achter de deur en het zweet breekt hem uit. In die duisternis wachten verschrikkingen. Hij voelt het aan de haartjes die in zijn nek overeind staan, aan het angstzweet dat zijn lichaam klam maakt. Met een ruk draait hij zich om, weg van het duister, naar het enige venster in het vertrek. In het spiegelende glas ziet hij zichzelf staan. Zijn lichaam is mismaakt en zijn gezicht heeft niets menselijks meer. Zijn ogen kijken terug met een niet te peilen verdriet en hij weet dat hij spoedig zal sterven. 

Kris schiet omhoog in zijn bed en stoot stevig zijn hoofd tegen de lage, schuine zoldering. De klap en de pijn schudden hem meteen goed wakker. Kreunend blijft hij even zitten met zijn hand op de zere plek, nog half in de beklemmende sfeer van zijn droom. Opstaan maar, dat is de beste remedie. Hij gooit het dekbed van zich af en zwaait zijn benen over de rand van het bed. De plankenvloer onder zijn voeten voelt koud aan. Hij pakt een paar sokken van het voeteneind van zijn bed en trekt ze aan. Meteen denkt hij weer aan de doodsangst in zijn droom. Krankzinnig. Wie droomt er nou over zoiets. Maar de huiveringwekkende aanblik van verminking raakt hij niet zomaar kwijt. God, hij heeft zelfs de geur van etterende zweren nog in zijn neus! Traag trekt Kris zijn spijkerbroek aan. Een shirt over zijn hoofd trekkend, stommelt hij zijn kamer uit, de gammele trap af, naar de gemeenschappelijke keuken. Er is nog niemand; iedereen slaapt. Hij loopt haar de badkamer, opent de koude kraan en steekt zijn hoofd eronder. Maar de indruk die de droom heeft achtergelaten spoelt niet zomaar weg. 


 

MEER OVER ‘SCHIJNDOOD’ 

Een van de redenen om in Alkmaar te gaan wonen, was de mooie historische binnenstad. Een stad moet een verleden hebben; een ziel. Alkmaar heeft een ziel. De vele stadswandelingen die de historische vereniging organiseert, bewijzen dat. Winkelen in Alkmaar is struikelen over geschiedenis. Als je eens in Alkmaar bent, bekijk dan eens het pand op de hoek van de Kraanbuurt tegenover het Fnidsen. “De witte roos” staat er op de houten gevel geschilderd. In de pand zat in de 17de eeuw een apotheek, genaamd De witte roos. Loop je vervolgens door het Stedelijk Museum dan zie je op een gegeven moment het schilderij Gezicht op de Waag, van een onbekende meester uit de 17de eeuw. Een prachtig beeld van het Waagplein, én van apotheek De witte roos zoals die er in die dagen uitzagen.
Dat zijn leuke dingen. Ook grappig is dat ik eens uit eten ging in restaurant Koeckenbier, aan de Kennemerstraatweg. `Weet je wat hier vroeger voor gebouw stond?’ vertelde ik enthousiast. `Een leprozerie; een opvangtehuis voor lepralijders. Melaatsen, dus. Ze zaten daar levend af te sterven, met van die verbanden waar etter en pus doorheen dropen. Hoe is het mogelijk hè?’ Mijn gezelschap keek meteen met heel andere ogen naar de biefstuk op onze borden.
Het liet me niet los, die leprozerie van Alkmaar rond het jaar 1650. Het leek me een mooi onderwerp voor een verhaal, en zo ontstond het eerste idee voor Schijndood. De hoofdpersoon in dit boek is de achttienjarige Olivier, een apothekerszoon (je raadt het al: van apotheek De witte roos). Hij ontdekt verdachte plekken op zijn arm en wordt melaats verklaard. Vervolgens wordt hij naar de leprozerie buiten de stadsmuren van Alkmaar verbannen, waar hij de rest van zijn leven moet doorbrengen zonder ooit nog de stad in te mogen. Een verschrikkelijk lot, maar mensen werden daar ook wel eens met een onschuldig eczeem naar toegestuurd…

Schilderij de WaagOlivier is kunstenaar en in de leprozerie schildert hij zijn ouderlijk huis, apotheek De witte roos. Hij schildert zijn vader die in de deuropening staat, zijn moeder op het bruggetje, zijn zus met haar vriendinnen aan de zijkant van het huis en de Alkmaarse kaasmarkt op de Waag. Dit schilderij bestaat echt. Het hangt in het Stedelijk Museum van Alkmaar. “Gezicht op de Waag” heet het en op het bordje ernaast staat dat het van een onbekende meester is. In mijn boek schrijf ik het schilderij aan Olivier toe. 

Witte Roos oudEen boek over melaatsheid kan niet echt een vrolijk boek worden. De ziekte is immers ongeneeslijk en het verloop ervan nogal dramatisch. Dus liep ik lange tijd te tobben hoe ik dat allemaal moest brengen. En opeens kreeg ik een goed idee. Naast geschiedenis ben ik ook erg geïnteresseerd in het verschijnsel reïncarnatie. Dat betekent wedergeboorte. Als je in reïncarnatie gelooft, geloof je dus dat dit leven op aarde niet je enige leven is. Een mens heeft eerder geleefd en zal na zijn opnieuw geboren worden. Alleen weet je dan niets meer van die eerdere levens af. Er wordt een dik gordijn voor al die herinneringen getrokken zodat je helemaal opnieuw kunt beginnen. Maar die herinneringen zijn niet weg.. Ze zitten opgeslagen in je onderbewustzijn en kunnen je allerlei problemen en angsten bezorgen in je nieuwe leven. Doodsbang voor vuur? Misschien ben je vroeger wel ernstig verbrand. Watervrees? Wie weet ben je in een vorig leven verdronken. Dat soort angsten. Natuurlijk hoeven die niet allemaal uit een vorig leven afkomstig te zijn, maar het zóu kunnen. Om mensen van die angsten af te helpen zijn er reïncarnatietherapeuten. Dat zijn dokters die speciaal zijn opgeleid om mensen onder hypnose te brengen. Op die manier kun je een kijkje nemen in je onderbewustzijn, dat dikke gordijn voor je herinneringen wegtrekken en je vorige leven opnieuw ontdekken. En misschien ben je daarna wel van je angsten af.

Witte Roos nuIn Schijndood loopt naast het verhaal van Olivier een tweede verhaallijn; die van Kris. Kris leeft gewoon in onze tijd en is student. ’s Nachts heeft hij de meest gruwelijke nachtmerries. Hij droomt altijd hetzelfde; hij is verminkt en voelt dat hij niet lang meer te leven heeft. Een vriendin raadt hem aan naar een reïncarnatietherapeute te gaan. Kris heeft er niet zoveel zin in maar hij wil wel graag van die nachtmerries af. Hij besluit toch te gaan en zichzelf onder hypnose te laten brengen. Je raadt het waarschijnlijk al; Kris vindt zichzelf terug als Olivier in het Alkmaar van de 17de eeuw.
Meestal ga ik op reis om onderzoek te doen voor mijn boeken maar in dit geval was dat niet nodig. Ik woon in Alkmaar, dus dat was lekker dichtbij. Maar evengoed moest ik veel onderzoek doen. Ik had namelijk geen idee hoe het was om onder hypnose gebracht te worden en een vorig leven te verkennen. Dus heb ik een reïncarnatietherapeute gebeld en ben bij haar langs gegaan. Ze heeft me er niet van overtuigd dat reïncarnatie bestaat maar het was wel interessant om mee te maken hoe zo’n regressietherapie in z’n werk ging. (regressie = teruggang. In dit geval in de tijd)
Zo is Schijndood ontstaan en het was een heerlijk boek om te schrijven. Omdat melaatsheid vandaag de dag nog steeds voor komt (onder de naam lepra), wordt van ieder verkocht boek een euro afgestaan aan de leprastichting. Want wat voor ons verleden tijd is, is in de Derde Wereld nog een groot probleem. 


 

PRIJZEN 

Eervolle vermelding Jonge Jury 2003 


 

RECENSIES 

“Levende talen”, door Ruud Kraaijeveld
“Avontuur en spanning vormen de motor van “Schijndood”. De angst van Olivier dat hij een verschrikkelijke ziekte heeft opgelopen – hetzij melaatsheid, hetzij de pest – geven het verhaal een enorme emotionele en affectieve lading. Voortdurend vraag de lezer zich in de eerste helft af of Olivier werkelijk melaats is of dat de chirurgijnen zich hebben vergist – zoals hij zelf denkt en hoopt. Die vraag zorgt voor een sterke betrokkenheid van de kant van de lezer, omdat de jonge kunstschilder zo wordt beschreven dat je van hem gaat houden; je hoopt dat hem niet het verschrikkelijke zal overkomen wat hij in de leprozerie ziet. In de tweede helft van het verhaal geldt hetzelfde voor de pest. Zal Olivier erin slagen deze ziekte te ontlopen? Heel lang lijkt het goed te gaan, maar uiteindelijk wint de gevreesde ziekte.
“Schijndood” is een prachtig geschreven verhaal vol emoties en boeiende gebeurtenissen. De reïncarnatie van de student Kris als de kunstschilder Olivier is een interessant thema, niet wollig-zweverig, maar heel nuchter en overtuigend aangepakt.
De beeldende manier van vertellen, de warmte waarmee Kris alias Olivier wordt getypeerd, het lekkere vlotte tempo, de toegankelijkheid van het verhaal én de mysterieuze kanten ervan: alles bij elkaar zorgen die elementen ervoor dat dit boek van harte is aan te bevelen voor brug- en tweedeklassers vanaf vmbo-tg tot en met vwo.” 

“Algemeen Dagblad”, mei 2002. Door Pjotr van Lenteren
“Simone van der Vlugt bekruipt haar jonge publiek als een enge ziekte, grijpt naar de keel en laat niet meer los. Genadeloos voert de jeugdboekenschrijfster haar lezers weg uit het hygiënische heden naar de open beerput van het verleden, waar een kerngezonde jongen van de ene op de andere dag zomaar kan worden doodverklaard en weggestopt in een leprozenhuis.
Het is de menselijkheid waarin Van der Vlugt op haar sterkst is. Ze laat zonder moeilijk doen de voorstelbare emoties van de 17de eeuwse pechvogel zien en zorgt dat ze griezelig dichtbij komen. Ook in de mooie dialoog tussen de 21ste student en de dame die hem in hypnose brengt om zijn verleden te herinneren, laat Van der Vlugt zien dat ze menselijke verhoudingen geloofwaardig kan schetsen. Kris is niet overtuigd van de reïncarnatietheorie. Het is boeiend om te ervaren hoe de therapeute ruimte laat voor al zijn kritische vragen.
Het einde van het boek is van een wreedheid en zwartgalligheid die je meestal alleen aantreft bij de grote schrijvers van de afgelopen eeuw. Iemand die zoveel ellende voor jonge lezers tussen twee kaften durft te stoppen en toegankelijk weet te maken, neemt haar publiek bijzonder serieus.” 

“Trouw augustus 2002”, door Odile Jans
“De fascinerende historische informatie wordt soepel verwerkt in Oliviers lijdensgeschiedenis. Mooi beschrijft Van der Vlugt de emoties die de uitwijzing oproepen en Oliviers niet aflatende hoop dat de diagnose niet klopt. Levendig wordt Jerooms onfrisse handel in levenselixers beschreven en de met Isa in scène gezette wonderbaarlijke genezingen. Het zijn passages waarin Van der Vlugt zich een echte romancière toont.”

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto