Zwarte sneeuw



Zwarte sneeuwZuid-Limburg 1845. Nadat de oogst is mislukt en er geen geld is om de pacht te betalen, wordt de familie Mullenders op straat gezet. Vader Sjeng en moeder Annekatrien, die hoogzwanger is, vertrekken met hun vijf kinderen naar Kerkrade, daar is werk in de kolenmijn.
Emma is veertien jaar en moet met haar vader en twee broers mee de mijn in. Het werk is zwaar en gevaarlijk. Emma ziet mensen om zich heen met kromgegroeide ruggen en vroegoude gezichten, en ze verafschuwt de gedachte haar hele leven onder de grond te moeten werken.
Op een dag wordt de mijn voor inspectie bezocht door de hoge heren van het dorp. Ook Rudolf, de zoon van een landeigenaar, is daarbij. De barre omstandigheden waaronder de arbeiders werken worden voor de gelegenheid gecamoufleerd en de kinderen worden dieper in de mijn verborgen. Emma daagt Rudolf uit mee te gaan naar één van de onderste tunnels, zodat hij kan zien hoe het er echt aan toegaat onder de grond. Maar dan stort er een stuk gang in en Emma en Rudolf zitten opgesloten………
Bestel: Zwarte sneeuw – Simone van der Vlugt  


FRAGMENT
 
De werkdag is nog maar voor de helft gevorderd als er iemand opeens schreeuwend de gang in komt rennen waar Emma juist haar mand voortsleept. `Het water ! Het water komt!’  Uit alle gangen klinkt hetzelfde paniekerige geschreeuw. `Het water! Het water komt!’  `Tom!’ roept Emma. Wild kijkt ze om zich heen. Waar is hij nou? Net kroop hij nog ergens achter haar. `Tom!’ Ze probeert boven het tumult uit te komen, maar iedereen roept en schreeuwt door elkaar. Jef komt aangerend en grijpt haar bij de arm. `Kom op, Emma!’ Half hollend, half struikelend rent Emma naast hem voort. Een aanzwellend geruis kondigt de komst van het water aan. Emma kijkt angstig achter zich, maar ziet niets in de duisternis. Er  is alleen dat dreigende geluid van stromend water dat tegen de wanden van de tunnel klotst. Ze kijkt weer om en ziet een vage glinstering. `Daar is het!’ gilt ze en grijpt Jef bij de arm.  

Emma sluit vriendschap met Rudolf, een jongen die fotograaf wil worden.

Ze lopen de trap af naar beneden en Emma neemt plaats op de stoel in de studio. Ze strijkt haar nieuwe jurk glad. Tegenover haar staat de camera opgesteld: het vierkante kastje met de donkere doek. Rudolf komt aanlopen met een plaat die hij in de camera aanbrengt. `Niet bewegen,’ waarschuwt hij. `Je moet echt doodstil zitten, anders mislukt hij.’ Emma zit zo stil als ze kan, haar armen losjes over elkaar in haar schoot. Ze kijkt naar het kastje zonder een spier van haar gezicht te vertrekken. Pas als de foto gemaakt is, ontspant ze zich en lachend kijkt ze naar Rudolf. `Is hij klaar?’ `Nog lang niet.’ Rudolf loopt met de plaat naar de donkere kamer en Emma volgt hem nieuwsgierig. Tegen de wand staat een lange tafel vol instrumenten. Emma volgt Rudolfs verrichtingen gefascineerd. Ze begrijpt helemaal niets van zijn uitleg over het amalgaam dat gevormd wordt en de verdere behandeling van de plaat. Ze begrijpt alleen dat zich een wonder heeft voltrokken als uiteindelijk haar beeltenis op de plaat verschijnt. Stomverbaasd kijkt ze naar haar eigen gezicht.   


MEER OVER ‘ZWARTE SNEEUW’   

Jaren geleden ben ik in de Belgische Ardennen afgedaald in een steenkolenmijn. Je kreeg een helm op, stapte in een roestig uitziende lift en stortte in een duizelingwekkende vaart naar beneden. Diep onder de grond stapte het hele gezelschap bezoekers uit en bekeek een uur lang het donkere gangenstelsel, onder begeleiding van een gids. Het bezoek maakte indruk op me. Om tweehonderd meter onder de grond te zitten, met niets dan steen, zand en aarde boven je! Het gaf me de kriebels en ik was blij toen ik weer boven het zonlicht instapte. Toch kon je eigenlijk niets gebeuren in die mijn: de gangen waren goed gestut met ijzeren constructies en door de ventilatieschachten hoefde je je over mijngas geen zorgen te maken. Dat was vroeger wel even anders.  

Zoals op iedere historische plek vroeg ik me af: hoe zou het er hier vroeger hebben uitgezien? Wat voor taferelen hebben zich hier in die gangen afgespeeld? Ik kreeg beelden voor me van uitgebuite kinderen die vijftien uur per dag veel te zware manden steenkool achter zich aansleepten. Liften hadden ze nog niet halverwege de negentiende eeuw, dus die steenkool moest over steile ladders naar boven worden gesjouwd. Een zware klim…    

Ik wist dat ik op een aangrijpend onderwerp voor een boek was gestuit maar het heeft nog jaren geduurd voor ik er echt aan begon. Je kan een onderwerp voor een boek hebben, maar daarmee heb je nog geen verhaal. Dat verhaal ontstond op vakantie in Zuid-Limburg. Het dorp Kerkrade was vroeger een echt mijnwerkersdorp en het archief van rond 1850 leverde me heel veel informatie op. De plaatselijke middenstand die ik in “Zwarte sneeuw” beschrijf heeft echt geleefd, maar de hoofdpersonen uit het boek heb ik verzonnen. Ze zijn echter gebaseerd op de levens van de mensen waar ik in het archief over heb gelezen.   

  

Franz Joseph Büttgenbach was in de jaren 1826-1851 belast met de feitelijke leiding van de Dominiale mijn- hier afgebeeld op een ansichtkaart uit 1913.  

Grote stukken van het boek heb ik ’s nachts geschreven, om me beter te kunnen inbeelden dat ik in die donkere mijngangen zat. Als ik overdag schreef trok ik het gordijn op mijn werkkamer dicht. Iedere keer viel er een last van me af als ik mijn computer afsloot en lekker naar buiten, het licht in, stapte. De mijnwerkersgezinnen van rond 1850 hadden minder geluk. Zij brachten het grootste deel van hun leven in het donker door.Er wordt me vaak gevraagd waarom ik het boek “Zwarte sneeuw” heb genoemd. Zwart is wel duidelijk natuurlijk, maar die sneeuw? Het is heel eenvoudig: als je een gat graaft krijg je een berg ernaast. Als je een heel diep gat graaft krijg je een heel hoge berg. Naast de schachten verrezen enorme steenkoolafvalbergen, waarvan het zwarte kolenstof door de wind over de hele omgeving verspreid werd. Als het gesneeuwd had bleef de sneeuw maar heel even wit.  

Daarnaast is er de uitdrukking ‘zwarte sneeuw zien’. Als iemand in zijn leven veel zwarte sneeuw heeft gezien, heeft hij een ellendig leven gehad. En dat is op een groot aantal hoofdpersonen uit dit boek zeker van toepassing.   

Feestelijke presentatie van “Zwarte sneeuw” in de Standaard Boekhandel te Kerkrade.Feestelijke presentatie van “Zwarte sneeuw” in de Standaard Boekhandel te Kerkrade. 


PRIJZEN   

Selectie Longlist Gouden Uil in 2001
‘De Kleine Cervantes’ in 2002 ( jeugdliteratuurprijs van de stad Gent)    


RECENSIES   

“De Gelderlander”, augustus 2000
“Zwarte sneeuw is een historische roman voor lezers vanaf een jaar of twaalf. Het boek leest lekker en geeft een beeld van de kolenmijnen dat een gewoon geschiedenisboek nooit kan geven. Intens. Invoelbaar. Dat komt vooral omdat Simone van der Vlugt de lezer laat kijken met de ogen van Emma, een oprecht meisje met een kijk op de maatschappij die eerder bij het jaar 2000 dan bij het jaar 1845 past.”   

“Trouw”, september 2000
“De expressieve beschrijvingen van dit onderaardse bestaan, dat nauwelijks een bestaan mag heten, vormen de hoogtepunten van het boek. De afgestompte, vroegoude mannen en vrouwen jagen elkaar en hun kinderen zonder aflaten op. (…) Ondanks de stijl-en sfeerbreuk op driekwart van het boek is ‘Zwarte sneeuw’ toch een behoorlijk overtuigend geheel. Simone van der Vlugt krijgt het genre van de historische jeugdroman steeds beter in de vingers. Het verhaal en de aangrijpende historische achtergrond zijn goed in evenwicht en staan elkaar zelden in de weg. Daarbij heeft de schrijfster een aangenaam ingetogen en toch zelfbewuste stijl; ze overdrijft nergens en durft de scènes voor zichzelf te laten spreken. De portrettering van de bijfiguren had wat levendiger gekund, maar daar staat de zeer levensecht en warm geschetste Emma als spil van het relaas tegenover.”   

“Jeugdliteratuur in de basisvorming”
“Simone van der Vlugt heeft opnieuw een mooi boek geschreven dat een prima beeld geeft van een boeiende, maar naargeestige periode uit de geschiedenis. Het verhaal is in eenvoudige taal geschreven, heeft een overzichtelijke opbouw, biedt volop mogelijkheden om mee te leven met de mensonterende belevenissen van de hoofdpersoon en bevat daarnaast voldoende avontuur, spanning en romantiek om te blijven boeien. Vergeleken met haar vorige boeken vind ik de diepgang wat geringer, de gebeurtenissen wat minder verrassend, de taal wat vlakker en het verteltempo soms aan de lage kant. Als geheel geen topper, maar toch een interessant, toegankelijk, lekker traditioneel leesboek voor grote groepen brug-en tweedeklassers van alle schooltypen.”   

“Juryrapport van de longlist voor de prijs van de Gouden Uil”
“Van der Vlugt tekent hier zonder pathos of nadrukkelijke belering een episode uit de geschiedenis, waarin het geluk niet was weggelegd voor de kleine mens.”   

“De vrijzinnige lezer”, december 2000
“Met Zwarte sneeuw heeft Simone van der Vlugt een echt huzarenstuk verwezenlijkt. In een plastische, vlotte taal slaagt zij erin een spannend, menselijk verhaal te schrijven dat tieners zeker zal aanspreken. (…) Tussendoor krijgen we ook de grote tegenstelling te zien tussen Emma’s leven als mijnwerker en als dienstmeid. Wie dit allemaal kan verwerken tot een vlot lezend jeugdboek verdient een tien met een griffel!”

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto