Leef, feb/mrt 2007
Interview: Jolet Plomp, tekst Annet Reusink
“Een veilige vorm van opwinding”
Haar vorige boeken, De reünie en Schaduwzuster, waren niet aan te slepen. En nu verschijnt haar derde psychologische thriller: Het laatste offer. Simone van der Vlugt ging niet over een nacht ijs bij het schrijven van dit boek, dat zich ondermeer afspeelt in Egypte. ‘Je moet er altijd van uitgaan dat lezers een situatie beter kennen dan jij. Je moet dus ieder detail controleren.’
Hoe ontstaat een boek? Staart een schrijver uit het raam en ontspint zich dan langzaam-aan een verhaal in zijn hoofd? Bij het nieuwste boek van Simone van der Vlugt (40) ging het anders. ‘Ik had een beetje pijn in mijn nek van het schrijven en zat wat te zappen voor de tv. Er kwam een Teleac-uitzending voorbij over verdwenen beschavingen. Wat is dat nou weer voor een broodje aap-verhaal, dacht ik eerst nog, maar ik bleef toch kijken. Gaandeweg ging ik steeds rechter op zitten. Dit was écht heel interessant. En zo denderde er, eigenlijk volkomen onverwacht, een idee voor een boek bij me naar binnen. Veel van zulke ideeën verzanden later weer als ik op onderzoek uit ga.’ Het idee voor Het laatste offer bleef overeind, al was de research voor het boek geen sinecure. ‘Je moet er altijd van uitgaan dat iemand een situatie beter kent dan jij, dus je moet ieder detail controleren. Als een boek zich deels afspeelt in Egypte, is dat wel een beetje lastig. Samen met mijn gezin heb ik een rondreis gemaakt door dit land. We hebben zoveel mogelijk locaties bekeken, maar tijdens het schrijfproces verandert een verhaallijn nog wel eens. En dan kan het zijn dat je precies de verkeerde locaties hebt bezocht. Gelukkig zijn er altijd wel mensen te vinden die naar Egypte gaan. Die stuurde ik op pad met een opdracht.’
Fascinatie voor het verleden
Voordat in 2004 haar eerste thriller De reünie uitkwam, waarvan maar liefst 165.000 exemplaren werden verkocht, was Van der Vlugt al bekend als schrijfster van historische jeugdboeken. Hoewel Het laatste offer een verhaal is over hedendaagse mensen, speelt ook hierin de geschiedenis een belangrijke rol. Vanwaar haar fascinatie voor het verleden? ‘Het verleden is voor mij een soort omgekeerde science fiction. Hoe de wereld er in de toekomst uitziet, weten we niet. Daarover kunnen we fantaseren. Als het gaat om het verleden, heb je meer houvast. Er zijn bewijzen. Desondanks kunnen we ons bijna niet meer voorstellen hoe mensen vroeger leefden en hoe de wereld er toen uitzag. Daar fantaseer ík graag over. Alle levens, alle werelden die zich hebben afgespeeld op een en dezelfde aardbol – dat blijft mij boeien. Als ik een oud gebouwtje zie, denk ik: die heeft het allemaal meegemaakt. Ik mag er graag mijn hand op leggen. Dan denk ik aan alle mensen die lang voor mij misschien hetzelfde deden en aan de mensen die het bouwden.’ Je zou zeggen dat Van der Vlugts bovengemiddelde historische kennis haar goed van pas kwam tijdens het schrijven van Het laatste offer. Zo eenvoudig is het niet. ‘Als het gaat om het verleden, overzie ik het grotere geheel. Ik weet ongeveer wat zich wanneer en waar afspeelde. Handig, maar het gevaar is dat je er tijdens het schrijven van uitgaat dat je publiek deze kennis ook heeft. In mijn boek is een belangrijk rol weggelegd voor Julius Caesar. Ik denk dan: iedereen weet wie Julius Caesar was en wat hij deed. Maar dat is helemaal niet zo! Bovendien zat mijn brede kennis me soms ook in de weg. Ik wilde álles verwerken in het boek, ik vond het állemaal interessant. Uiteindelijk heb ik op advies van mijn uitgever een aantal verhaallijnen geschrapt. Dat kwam de duidelijkheid van het boek ten goede.’
Veilige opwinding
Evenals De reünie en Schaduwzuster is Het laatste offer bovenal een spannend boek. Waarom besloot Van der Vlugt, nadat ze een aantal succesvolle historische jeugdboeken had gepubliceerd, psychologische thrillers voor volwassen te gaan schrijven? ‘Ik schrijf boeken die ik zelf leuk vind om te lezen, en ik houd van thrillers. Niet het soort thrillers met veel bloed, waarin lijken worden gevonden waar de organen uithangen. Dat hoeft voor mij niet. Dat vind ik alleen maar vies en ik vind het ook niet spannend. Ik houd van onderhuidse spanning. Een vrouw – het zijn altijd vrouwen – met een gewoon bestaan die opeens dat bestaan bedreigd ziet op een manier waarop het ons allemaal kan overkomen. Geen politieke complotten, dat is de ver-van-je-bed-show. Nee, de vrouw in de boeken waar ik van houd, belandt min of meer toevallig in een levensbedreigende situatie. Ze komt de verkeerde man tegen of ze is per ongeluk op de verkeerde plek. Als ik zulke thrillers lees, ben ik me dubbel bewust van mijn eigen veiligheid. Ik zit lekker thuis op mijn bank te denken:: uh, wat eng… Maar ik kán het boek dichtklappen. Dat gevoel controle te hebben is nog sterker als ik een thriller schrijf. Ik beslis wat iemand overkomt en of ze het al dan niet overleeft. Je zou het schrijven van thrillers kunnen zien als een veilige vorm van opwinding. Het biedt je de mogelijkheid je eigen angsten uit te vergroten zonder dat je enig risico loopt. Zo ben ik bijvoorbeeld heel bang om in de auto langs water te rijden. Ik krijg zweethanden; er ligt altijd een life hammertje binnen handbereik. Dus heb ik geschreven over een vrouw die, hupsakee, het water inrijdt. En zij heeft géén life hammer bij zich. Ik had verwacht dat ik het heel moeilijk zou vinden deze scène te schrijven, het komt heel dichtbij. Maar het was een opluchting. Want tijdens het schrijven, dacht ik: wat een sukkel is ze ook, dat ze geen life hammer bij zich heeft. Dan had ze gewoon een ruitje kunnen inslaan. En dan denkt ze ook nog dat de auto eerst helemaal naar de bodem moet zakken voordat ze er uit kan. Tja, dat is natuurlijk niet zo. Je hebt tien seconden om er uit te komen. Had ze dát nou maar geweten… Ziezo, dacht ik toen ik de scène af had. Dát zal mij dus nooit overkomen!’
Verlegen meisje
Schrijver zijn is niet meer wat het geweest is. De tijd dat een auteur zijn zolderkamertje niet afkwam is voorbij – de meesten reizen tegenwoordig stad en land af voor signeersessies en lezingen. Zo ook Simone van der Vlugt. ‘Als je me op mijn dertiende had verteld dat ik ooit nog eens voor een zaal van tweehonderd mensen zou staan, had ik je niet geloofd. Ik was vroeger een heel verlegen meisje. Doodsbang voor spreekbeurten, voor de aandacht, voor ogen die op mij gericht waren. Ik schreef liever – ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik ooit niét geschreven heb. Op mijn achtste maakte ik al werkjes met van die zwarte, getekende bloklettertjes zodat het zoveel mogelijk leek op een echt boek en op mijn tiende kreeg ik een typemachine van mijn ouders. Er zaten altijd verhalen in mijn hoofd. Van mijn 8e tot mijn 12e schreef ik veel over tweelingen omdat het me zo verschrikkelijk leuk leek een tweelingzusje te hebben. Op mijn 13e volgde het eerste boek dat ik naar een uitgever stuurde, over een meisje dat naar de kostschool moest. Ik kreeg het terug met een vriendelijk briefje. Een aardig boek, maar je bent nog wel een beetje jong. En later, toen ik een jaar of 15 was en voor het eerst ongeneeslijk verliefd, schreef ik een gevoelige liefdesroman die ik ook naar een uitgever stuurde. Die vond het verhaal blijkbaar iets té gevoelig, want dat kreeg ik ook terug. Evenals mijn eerste thriller, Terug naar Kreta, die ik rond mijn 17e schreef. Ik liet me totaal niet uit het veld slaan door deze afwijzingen. Dacht: dit is dan misschien niet zo’n succes, maar mijn volgende boek gaat het zéker redden.’ Vandaag de dag heeft Van der Vlugt het voor het kiezen bij welke uitgever ze haar boeken laat publiceren. In dat opzicht is haar leven veranderd – maar wat het schrijven zelf betreft is alles eigenlijk nog net als vroeger. De ideeën dwarrelen onophoudelijk door haar hoofd. ‘Een writersblock heb ik nooit gekend. Het is zelfs wel eens een beetje vol in mijn hoofd. Soms denk ik: zo, nu doe ik even lekker een paar maanden helemaal niks, dat kan best. Dat kán ook best, alleen ik kan het niet. Na ongeveer een week word ik alweer onrustig. De werkkamer is opgeruimd, de keukenkastjes zijn geboend en ik heb al een heleboel wandelingen met de hond gemaakt. Wat zal ik nu eens met mijn leven gaan doen? En dan ga ik maar weer aan de slag. Er zitten zoveel verhalen in mijn hoofd, en ik wil ze allemaal nog opschrijven.’
Wilt u dit interview met Simone van der Vlugt online bekijken? Ga dan naar www.lezen.tv
