Libelle, 10 december 2005



Simone van der Vlugt: “Elke middag zat ik te typen in de tuin”

Simone van der Vlugt groeide op in Hoorn als oudste dochter van een liefdevol gezin. Ze haalt herinneringen op aan een gelukkige, onbezorgde jeugd. ‘Ik ben blij dat ik al mijn plakboeken en schrijfschriftjes nog heb bewaard.’

Iedereen kent dat gevoel waarschijnlijk wel; een flard muziek, een bepaalde geur of een onverwachte messcherpe herinnering die je terug naar het verleden slingert. Terug naar je jeugd, naar je ouderlijk huis. Het gevoel van herkenning en verbazing als je die bekende straat inrijdt, die toch zo heel anders is dan het beeld dat je al die tijd met je mee hebt gedragen.
Voor mij is dat een straat in Hoorn, waar ik sinds mijn twaalfde, toen ik verhuisde, nog af en toe ben teruggekeerd. De laatste keer stond ik er met mijn man en kinderen. Ik wees naar het raam van mijn slaapkamer en naar het huis van mijn beste vriendinnetje van toen, die toevallig nog steeds mijn beste vriendin is, en de twaalf jaren die ik daar had doorgebracht tuimelden over me heen.

Ik ben op 15 december 1966 in Hoorn geboren als Simone Watertor, de oudste dochter in een gezin van twee kinderen. Tweeënhalf jaar later werd mijn broer Ivo geboren. `Is dat ‘m nou?’ schijn ik gezegd te hebben, om me als een zorgzaam moedertje op dat kleine babybroertje te storten. Een album vol foto’s waarop ik mijn broertje vasthoud op het aankleedkussen, de fles geef en boven de wieg hang, herinneren daaraan. Mijn moeder zorgde fulltime voor ons, mijn vader werkte bij Akzo Chemie. Voor mijn geboorte was hij officier bij de koopvaardij. In Indonesië kocht hij een prachtige rotan wieg. Mijn broer en ik in hebben erin geslapen, vervolgens mijn eigen kinderen en op dit moment is het derde kind van mijn broer hem niet ontgroeid.
Het huis waar ik tot mijn twaalfde heb gewoond, was het hoekhuis op een rijtje in een kinderrijke buurt. Aan de zijkant van ons huis stonden grote kersenbomen, wat ik prachtig vond want ik was dol op kersen. Achter hadden we een grote tuin waar konijnen en cavia’s los in mochten rondlopen, wat nogal eens tot zoekacties in de buurt leidde. Mijn vader timmerde een grote, solide tuinbank met tafel waar ik ’s zomers aan zat te typen, in de schaduw van een boom. Het huis zelf was niet zo groot, maar daar kwam ik pas achter toen ik er als volwassene terugkwam. Als kind leek het enorme afmetingen te hebben. Het huis is nu overigens flink verbouwd en de zijtuin is bij de woonruimte getrokken.

Ik heb een gelukkige, onbezorgde jeugd gehad met ouders die het gezinsleven belangrijk vonden en trots op me waren. Mijn vader nam me ieder weekend mee naar de bibliotheek, waar ik eerst in de bak met prentenboeken grabbelde en toen ik ouder werd de boeken ging lezen die hij me aanraadde. Leesplezier heb ik duidelijk van mijn vader geërfd. Schrijvers ben ik niet tegengekomen in mijn familie, maar eentje moet de eerste zijn, dus dat zal ik dan wel zijn. Een zeker taalgevoel heb ik duidelijk van mijn moeder, die intuïtief weet hoe een zin goed loopt en waarom een bepaald woord net teveel is.
Van jongs af aan schreef ik mijn vingers blauw. Eerst met een zwarte stift, zo klein mogelijk, om het op de letters in een boek te laten lijken. Maar aan het einde van de pagina werden de letters toch steeds groter en slordiger. De ouders van mijn beste vriendinnetje hadden een typemachine en daar mocht ik op schrijven. Al gauw zat ik daar iedere middag in de tuin. Ik herinner me dat nog goed; het was zomer en ik zat urenlang te typen terwijl Eveline, mijn vriendin, naast me zat te schommelen.
Voor mijn tiende verjaardag kreeg ik een typemachine van mijn ouders en geen cadeau had me blijer kunnen maken. Ik zie dat koffertje waar hij in zat nog steeds in de gang staan, en dan voel ik weer die helle vreugde die door me heen schoot. Mijn moeder probeerde me met tien vingers te laten typen, onder het motto jong geleerd is oud gedaan, maar eigenwijs als ik was leek me dat niet nodig. Ik rammelde erop los met een systeem dat ik tot op de dag van vandaag gebruik. Op mijn 24e heb ik een typediploma gehaald, ik kon er niet omheen, maar zodra ik dat papiertje had liet ik mijn nieuw verworven vaardigheden los en typte op mijn eigen manier verder

Wat herinner je je zoal uit je jeugd? Over het algemeen dingen waarvan je het destijds nooit verwacht had. Die keer dat ik met mijn rolschaatsen aan op het toilet zat en blij verrast ontdekte dat ik met mijn voeten bij de grond kon. De fantasievriendjes die ik had en die me overal begeleidden. Mijn slaapkamer, dat mijn koninkrijk was en waar ik me uren in mijn eentje kon vermaken.
Ik hoef mijn ogen niet te sluiten om dat slaapkamertje compleet ingericht voor me te zien. De plaatjes van Grease boven mijn bed, de oranje en paarse boekenplankjes, het zelfgemaakte zwart vilten hondje op mijn kussen. Dat scherpe beeld is waarschijnlijk ook te danken aan de foto die ik er nog van heb, maar toch. Ook de spullen die niet op de foto vereeuwigd zijn, staan me levendig voor de geest. Het paarse prikbord boven mijn bed bijvoorbeeld, dat ik kreeg toen ik zes jaar was. Ik was er zo blij mee dat ik er in bed met mijn wang tegenaan leunde en me afvroeg of ik me dat moment jaren later, als ik veel ouder was, zou herinneren. Het leek me het beste om dat moment voor alle zekerheid maar stevig in mijn geheugen te verankeren en daarom herhaalde ik lange tijd achter elkaar: `Ik ben zes, ik ben zes, ik ben zes.’ Het heeft geholpen, ik ben het niet vergeten. Het verbaast me alleen wel dat ik me op die leeftijd al met dat soort zaken bezighield. En dat ik toen al besefte dat ik mijn dagboekjes en schrijfschriftjes goed moest bewaren voor later. Ik ben blij dat ik dat heb gedaan.

De feestdagen werden altijd heel sfeervol gevierd. Kerst stond in het teken van een extra lekkere maaltijd, kaarsjes en de kerststal in de kerk. Mijn moeder was katholiek opgevoed maar mijn vader was niet gelovig. Mijn broer en ik kregen alle ruimte om zelf onze mening over het geloof te vormen. Niet door iedere zondag naar de kerk te gaan, maar af en toe zodat we er toch kennis mee maakten. Mijn oma, van moederskant, had een stapel prachtig geïllustreerde kinderbijbels waar ik graag in zat te lezen. Voor mij waren het spannende verhalen over vreemde volken die Filistijnen heetten, over oorlogen, wonderen en voorspellende dromen. Toen ik een jaar of tien was, en met griep in bed lag, wilde ik graag doorlezen en haalde mijn vader een kinderbijbel voor me uit de bibliotheek. Gelovig ben ik er niet door geworden, maar ik dank er wel mijn bijbelkennis aan.
Met Kerst kregen we geen cadeautjes, dat was voorbehouden aan Sinterklaas, en aan vijf december heb ik dan ook de meest levendige herinneringen. Erg lang zal ik niet in de beste man geloofd hebben, want ik was nog heel jong toen ik zelf gedichtjes en surprises begon te maken. Vooral de surprises waren een hilarisch onderdeel van het feest, vol grappen en plagerijen. We hebben het ook nooit afgeschaft. Hoewel we dat af en toe wel overwogen, konden mijn broer en ik zelfs in onze pubertijd de vijf decembergezelligheid niet missen. Tot op de dag van vandaag vieren we het met z’n allen, nu ook met onze eigen kinderen erbij.
Eén van de sinterklaasgedichtjes die ik voor mijn broertje schreef, heb ik nog. Ik was toen acht jaar.
Als ik had geweten hoe leuk het is om dat soort dingen later te hebben, had ik veel meer bewaard. Daarom wijs ik mijn kinderen daar nu op en heb ik twee bewaardozen voor ze neergezet, waar briefjes, speciale tekeningetjes maar ook hun zwempaspoort en medailles van de avondvierdaagse in verdwijnen.

Aan het einde van de zesde klas verhuisde ik naar Julianadorp, vlakbij Den Helder. Ik vond het wel spannend, maar het was ook erg moeilijk om me los te scheuren van alles wat me vertrouwd was. In april 1979 verhuisden we, waardoor ik nog een paar maanden naar een andere basisschool moest, en ik ook de afscheidsmusical van mijn eigen school misliep. Maar het contact met mijn beste vriendin van toen bleef gelukkig goed en duurt tot op de dag van vandaag voort. De verhuizing had, tot mijn tevredenheid, ernstige vertraging opgelopen omdat de bouw van het nieuwe huis niet zo snel vorderde als werd verwacht. Het was winter en het vroor strenger dan ik ooit had meegemaakt. Er viel een flink pak sneeuw en we konden schaatsen op straat. Een bijzondere winter en een waardig afscheid van mijn jeugd in Hoorn. Een jeugd waar ik heel dierbare herinneringen aan heb.

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto