Margriet, juni 2007
Mannen zijn vast stikjaloers op onze verkoopcijfers,
Vandaar de seksistische recensies.
Vijf vrouwelijke auteurs van literaire thrillers in gesprek over hun werkwijze, hun inleving in het personage én hun zwarte kant. En waarom reageren mannen eigenlijk vaak zo negatief op hun werk?
Even voorstellen:
Simone van der Vlugt (40) debuteerde in 2004 met De reünie, een jaar later verscheen Schaduwzuster en onlangs is Het laatste offer uitgekomen. Daarin staat de zoektocht naar de Ark des Verbonds centraal, die al eeuwenlang net zo tot de verbeelding spreekt als de Heilige Graal.
Marion Pauw (33) is freelance journalist voor Flair en Red en copywriter. Ze debuteerde in 2005 met Villa Serena. In 2006 verscheen Drift, dat zich afspeelt op Aruba en waarin een parallel wordt getrokken met de verdwijning van Natalee Holloway.
Marianne Hoogstraaten (57) schrijft samen met haar man Theo jeugdboeken. In 2005 verscheen hun eerste literaire thriller Een Middag aan Zee. 2006 bracht Kruisgang, over een klasgenoot die tien jaar na dato wraak komt nemen. Hun derde thriller zal in oktober uitkomen.
Corine Hartman (42) debuteerde onlangs met haar misdaadroman Schone Kunsten, waarin inspecteur Nelleke de Winter wordt geconfronteerd met de moord op een kunstacademiestudente.
Liv (36) is freelance marketing-en communicatiemanager. Ze debuteert deze maand met haar boek Wraaklust, over een journaliste die voor een reeks artikelen in schoolbank.nl duikt en daar een oude liefde ontmoet.
Waarom is het genre literaire thriller opeens zo populair?
Simone: ‘Het genre is populair geworden door Nicci French. Ik ben niet bewust literaire thrillers gaan schrijven. De uitgever zet het op je boek, omdat dit genre goed verkoopt. Beter dan als er zou staan: misdaadroman, of psychologische roman. Het vervelende is dat je er wel door recensenten op wordt afgerekend. Ik pretendeer geen literatuur te schrijven.’
Marion: ‘Vrouwen hebben een druk en hectisch bestaan, maar ze hebben ook behoefte aan een lekker leesboek. En een boek leest nu eenmaal sneller weg als het spannend is.’
Marianne: ‘Meisjes lezen meer dan jongens en dat blijft zo, ondanks het feit dat vrouwen het minstens zo druk hebben als mannen.’
Simone: ‘Het genre thriller is lang gedomineerd door mannen die hun boeken doorspekten met politieke complotten. Een vrouw gesitueerd in een eigen omgeving spreekt een enorme groep mensen aan.’
Marion: ‘Literaire thrillers onderscheiden zich van actiethrillers door meer karakterontwikkeling. Vrouwen vinden dat prettig. We beschrijven herkenbare situaties, het zou jou ook kunnen overkomen.’
Liv: ‘Psychologische elementen, daar houden vrouwen van.’
Corine: ‘Mensen lezen spannende verhalen omdat ze zich graag een paar uur in een andere wereld wanen. Mijn boek valt in de categorie literaire misdaadromans, oftewel detectives, en daarbij speelt, naast de genoemde issues, natuurlijk altijd de vraag: wie heeft het gedaan en waarom?
Hoe zijn jullie begonnen?
Simone: ‘De hele middelbareschooltijd schreef ik historische romans, thrillers en romans, die ik naar uitgevers stuurde. Op mijn achttiende kreeg ik een thriller teruggestuurd door de uitgever: hij vond het verhaal ongeloofwaardig. Toen heb ik me op de historische jeugdromans gestort. Thea Beckman was daarbij een inspiratiebron. Zij gaf me een andere kijk op hoe je geschiedenis kunt beleven. Op school kreeg ik feiten en jaartallen, maar die kun je niet beleven. Zij gaf de mensen uit de geschiedenis een gezicht. Door haar boek over de heksenjacht dacht ik opeens: maar wacht eens even, dat had míj kunnen gebeuren!’
Corine: ‘Ik verzon vroeger verhaaltjes en las alles wat los en vast zat, vooral Agatha Christie. Op de Schrijversvakschool schreef ik in mijn eerste jaar al over moord en doodslag en dan blijkt gaandeweg dat het genre je ligt. Mijn boek is eigenlijk begonnen als idee voor een tv-serie, maar ik kwam er al snel achter dat het tv-wereldje heel klein is en je een behoorlijke kruiwagen nodig hebt. Dus besloot ik er een boek van te maken. Tijdens het schrijven merkte ik dat ik het heerlijk vind om mee te leven met de personages en uit te dokteren wie het heeft gedaan. Ik heb dus wel bewust voor een misdaadroman gekozen.’
Marianne: ‘Het is intrigerend je te verplaatsen in een moordenaar. Ik schrijf mijn boeken samen met mijn man Theo en wij zitten uren samen aan de keukentafel te bedenken hoe en waarom iemand een moord pleegt. Dat gaat ’s nachts verder. We maken elkaar zelfs wakker als we een geniale ingeving hebben.’
Simone: ‘Ik heb voor die momenten een opschrijfboekje naast mijn bed.’
Corine: ‘Ik heb zelfs een pen met een lampje.’
Simone: ‘Toen ik het eerste boek van Nicci French las, dacht ik: dit gaat over mij. Gewoon, vrouwen die iets meemaken. En ik dacht: zou ik dat ook kunnen?’
Marion: ‘Ik wilde helemaal geen thriller schrijven, ik wilde een mooi boek schijven. Alleen had ik opeens een spannend thrillerplot. Gaandeweg kwam ik erachter dat het een hele prettige vorm is om mee te werken. Er gebeurt iets en dat moet opgelost worden, dat is je plot en je spanningsboog en dat geeft een enorme houvast als schrijver. Zeker als je net begint. Tijdens het schrijven had ik zoveel plezier dat mijn volgende boek ook weer een thriller werd.’
Liv: ‘Nicci French gaat over kwetsbare vrouwen. Hun overkomt iets en de vraag is hoe ze daarmee omgaan. Dat wilde ik in mijn boek ook. Niet een ongeloofwaardige superheldin, maar een feilbare vrouw van vlees en bloed.’
Simone: ‘Er hoeft ook geen moord in voor te komen, dreiging is al heel spannend. In mijn boeken gebruik ik alles waar ik zelf bang voor ben. Als een soort generale repetitie, zodat ik voorbereid ben als het ooit eens gebeurt. Zo is een van mijn grootste angsten dat ik met de auto het water inrijd en er niet meer uitkom. Daar heb ik dan ook een scène over geschreven. Ik ben gaan navragen bij de brandweer wat je in zo’n situatie juist wel en niet moet doen. Mijn personage laat ik dan doen wat fout is, dat geeft mij een gevoel van superioriteit. Een misplaatst gevoel van controle: maar ík weet wel hoe het moet.’
Marion: ‘Mannen zijn in thrillers altijd heel stoer en onoverwinnelijk. Ze kunnen alles, en daarna krijgen ze het meisje. Vrouwen in thrillers zijn kwetsbaar en daar wordt door de recensenten op geageerd. Terwijl in de klassieke literatuur de mannen pas echt last hebben van weltschmerz.’
Simone: ‘Ik denk dat de mannen stikjaloers zijn op onze verkoopcijfers, vandaar de recensies die seksistisch van aard zijn.’
Marion: ‘Met name de amateursrecensies op internet kunnen ongenuanceerd zijn. In eentje stond: ‘Het enige boeiende aan haar boek is de anatomisch onmogelijke positie van haar hand op de achterflap.’
Simone: ‘Of ze zeggen: “Je kunt beter in vrouwen duiken dan in hun boeken.” Of ze beginnen over je gecoiffuurde kop. In die bewoordingen.’
Hoe plegen jullie research?
Marion: ‘In mijn boek Villa Serena wilde ik iets met telekinese. Ik vroeg me af of het mogelijk is iemand anders tot moord te bewegen, via stemmen in z’n hoofd. In Villa Serena probeert een man zijn vrouw te vermoorden op de laatste dag van hun huwelijksreis. Zij heeft geen idee waarom en hij ook niet, hij moest het doen, zei hij, hij had het idee dat hij werd overgenomen. Kan dat? Dat vraag ik dan na bij een vriend van me die psychiater is. Daarnaast lees ik psychiatrische handboeken.’
Marianne: ‘Via Google kun je ook veel informatie vinden. En we kennen een technisch rechercheur bij wie we met onze vragen terecht kunnen. Hij heeft ons handboeken voor rechercheurs gegeven.’
Simone: ‘Bij het schrijven van De reünie ben ik met psychiaters gaan praten over geheugen en of het mogelijk is dat je dingen vergeet. Een controversieel punt in de psychiatrie: sommigen zeggen van niet, anderen van wel. Dan kies ik natuurlijk het laatste.’
Corine: ‘Internet en kranten, vooral. En ik ken een inspecteur die mijn verhalen na het schrijven controleert op technische feiten.’
Marianne: ‘Wij zijn op cruisevakantie geweest als voorbereiding op onze derde thriller en kwamen bij toeval in contact met een jonge vrouw die ons haar levensverhaal vertelde. Zij is samen met een oudere man, met wie ze een relatie krijgt, de hoofdpersoon geworden.’
Corine: ‘Ik probeer zo min mogelijk technisch te schrijven. Mijn hoofdpersoon, inspecteur Nelleke de Winter, heeft haar intuïtie, dat vind ik spannender dan een vingerafdruk.’
Simone: ‘Ik verknip iedere dag de krant en maak plakboeken, over waarom mensen moorden plegen. Wat bezielt iemand eerst z’n schoonouders te vermoorden en dan zijn vrouw? Of die man die zijn Poolse minnares wilde laten overkomen en daarom maar zijn hele gezin uitmoordde?’
Marion: ‘De realiteit vormt vreemde fictie.’
Simone: ‘Het vervelende van veel thrillers lezen en veel plots, is dat alles op een gegeven moment al wel gedaan is. Het wordt steeds moeilijker origineel te blijven.’
Simone: ‘Mijn eerste boek, De reünie, stond in een keer goed op papier. Ik had zo’n lange aanlooptijd genomen en alles zo goed doordacht. Dat heb ik daarna nooit meer gehad. Nu begin ik te snel, waardoor ik eerst dingen moet uitproberen. Over het algemeen geldt: na de eerste versie begint het echte werk.’
Liv: ‘Zo was het voor mij ook. Tussen twee projecten had ik altijd tijd over, ik ben gaan zitten en toen ging het vrij snel. De eerste dag één pagina, de tweede dag vier, daarna ging het rollen. De eerste versie was 100 A-viertjes. Ik heb ‘m naar vijf uitgeverijen gestuurd en A.W. Bruna was geïnteresseerd. Daarna heb ik er nog wel flink aan gesleuteld, maar die eerste pagina, de climax waar het verhaal naartoe werkt, staat nog steeds. Wel heb ik een hele verhaallijn eruit gehaald omdat ik bang was dat mensen zich erin zouden herkennen.’
Simone: ‘Mensen uit je omgeving herkennen zich heel vaak in wat je schrijft. Je gebruikt ook wel bepaalde aspecten, maar dan uitvergroot, en je combineert wat. Ik kijk altijd heel goed naar andere mensen, hoe ze doen, hoe ze zich gedragen. Dat is het palet waar ik mee werk.’
Marion: ‘Ik heb mijn boek ook naar vijf uitgeverijen gestuurd. Daarbij let je op welke boeken ze in het fonds hebben, of ze goed bekend staan om auteursbegeleiding en promotie. Bij Ambo Anthos zit ik helemaal goed met mijn literaire thrillers. Simone zit er ook, net als Esther Verhoef en Saskia Noort. Ze stemmen ons op elkaar af, zorgen ervoor dat we niet tegelijkertijd met een nieuw boek uitkomen. Ik zou niet graag tegelijk met Saskia Noort uitkomen.’
Ervaren jullie die verkoopcijfers van Saskia Noort als een bedreiging of een stimulans?
Liv: ‘Ik heb een interview gelezen met Heleen van Royen waarin ze zegt dat ze schrijft om gelezen te worden. Als ze niet zou weten dat het een commercieel succes was, zou ze het niet doen. Dat vind ik wel stoer, daar trek ik me aan op.’
Simone: ‘Ik heb precies het tegenovergestelde.’
Marion: ‘Schrijven is mijn passie, ik zou niets anders willen doen. Natuurlijk wil ik wel dat mijn boeken verkopen, omdat ik daarmee tijd kan kopen om meer te schrijven. Ik ben alleenstaande moeder van twee kinderen en ik werk 32 uur per week bij een reclamebureau. Ik heb tijd nodig om te kunnen schrijven, maar dat moet ik wel kunnen financieren. Nu is het zo dat ik tussendoor schrijf. Ik moet mijn boek in november afhebben, dus neem ik drie maanden onbetaald verlof om fulltime te kunnen schrijven.’
Begrijpen jullie het succes van Saskia Noort?
Marion: ‘Zij weet bepaalde subculturen heel goed neer te zetten. Veel vrouwen herkennen zich daarin. Daarnaast zat ze qua timing precies goed, na het succes van Nicci French. Daar had jij ook profijt van, Simone.’
Simone: ‘Ja, mijn boek lag net klaar toen Saskia Noort een succes werd, daar ben ik op mee gelift. En zo is het met nog wel wat schrijfsters gegaan. Ik denk dat de markt literaire thrillers nu wel is verzadigd. Het zal voor nieuwe schrijvers moeilijker zijn.’
Corine, jij bent net gedebuteerd, en de rechten zijn al aan Duitsland verkocht voordat het in Nederland uitkwam. Redelijk uniek.
Corine: ‘Ik heb mijn boek vorig jaar juli opgestuurd naar een aantal uitgeverijen. Een week later hing Karakter aan de telefoon, helemaal enthousiast. In Duitsland is het misdaadgenre erg populair. Dat heeft, denk ik, geholpen bij de verkoop van de rechten.’
Wie is jouw voorbeeld?
Corine: ‘Elisabeth George en Henning Mankell, om de manier van verhalen vertellen. De tijd die ze nemen om de omgeving en de sfeer te beschrijven, de aandacht voor de personages.
Simone: Niet Nicci French, maar Karin Alvtegen, een Scandinavische schrijfster. Zij is zo ontzettend goed, hoe zij in die personages gaat zitten, de onderhuidse spanning die ze opbouwt… Zelf wil ik nog wel eens te snel en te makkelijk schrijven, waardoor ik over dingen heen galoppeer. Dan lees ik haar en denk ik: oh ja, rust.’
Denken jullie achteraf wel eens: had ik het maar zo en zo gedaan?
Marion: ‘Na ieder boek heb ik wel een lijstje verbeterpunten. Je schrijft zo goed als je op dat moment kunt, maar het is wel de bedoeling dat je beter wordt, vaardiger. Mijn eerste boek, Villa Serena, mocht wel wat strakker. Er zaten veel herhalingen in, veel “zeg ik”, “zegt hij”. Daar heb ik bij Drift op gelet: al het overbodige eruit. Bij mijn volgende boek heb ik als doel bloemrijker te schrijven. Het taalgebruik mag wat zwieriger, er kunnen meer metaforen in. Zo blijf je sleutelen en jezelf verbeteren, een enorme kick als dat lukt.’
Corine: ‘Op een gegeven moment moet je er je handtekening onder zetten, net als bij een schilderij. Het moet een keer af zijn.’
Marianne, jij schrijft samen met je man Theo. Hoe werkt dat?
Marianne: ‘Oh, dat gaat in perfecte harmonie. We beginnen met een idee en daar praten we uitvoerig over aan de keukentafel. Beginnen we met schrijven, dan doen we ieder die stukken die het best bij ons passen. Zo houdt Theo de grote lijnen in de gaten en houd ik me bezig met de karakters en de inrichting van het huis. We werken de hele dag aan onze eigen scènes en ’s avonds voegen we alles samen.’
Moet je zelf een zwarte kant hebben om thrillers te kunnen schrijven?
Allen: ‘Jaahh!’
Corine: ‘De ergste hoofdstukken vind ik het heerlijkst om te schrijven. Ze staan ver van me af, waardoor ik helemaal los kan gaan.’
Simone: ‘Die vind ik juist het moeilijkst. Ik houd er helemaal niet van om over geweld te schrijven. Als ik in een personage zit, bén ik ook diegene, ik maak alles mee wat zij meemaakt. Een van mijn personages is gegijzeld, dan moet ik van te voren bedenken wat zo’n man doet met een vrouw. Verkrachten natuurlijk. Daar zie ik dan al enorm tegenop, wat ga ik mezelf aandoen!’
Liv: ‘Ik zag op tegen de seksscène in mijn boek. Op een gegeven moment moest ik wel en ik ben er helemaal voor gaan zitten: dekentje over mijn knieën, laptop op schoot. Mijn man kwam af en toe een kopje thee en een knuffel brengen. Daar moest ik zo om lachen. Zat ik daar op papier ontrouw te zijn, komt hij de perfecte echtgenoot uithangen! Die seksscène was beslist anders geworden als hij niet was binnengelopen.’
Marianne: ‘Over seks schrijven is het moeilijkste dat er is.’
Sta je wel eens versteld van wat je zelf schrijft. Dat je denkt: eigenlijk is dit best ziek?
Simone: ‘Nee, heb ik nooit, maar ik hou ook helemaal niet van onsmakelijke details.’
Marianne: ‘Karin Slaughter heeft daar een handje van. Vrouwen die aan de grond vastgespijkerd zitten terwijl ze verkracht worden, walgelijk.’
Simone: ‘Ik vind het wat anders als geweld uit zelfbescherming gebeurd. In Nicci French krabt de hoofdpersoon haar gijzelnemer aan het eind van het boek de ogen uit. Toen dacht ik: goed zo. Maar zelf gebruik ik tijdens het schrijven juist mijn gevoelige kant die appelleert aan mijn eigen angsten, die ik vervolgens uitvergroot.’
Liv: ‘Angst is natuurlijk een belangrijke factor. Bij mij gaat het ook over ambitie en machtsspelletjes op het werk, relaties en de fascinatie voor foute mannen. En de behoefte aan wraak, nog zo’n menselijk trekje.’
Marion: ‘Alles wat je meemaakt en ziet is een inspiratiebron. Je ontwikkelt een schrijversoog, hebt een antenne die altijd uit staat. Drift ging over eenzaamheid, je verloren voelen, geen contact hebben met de mensen om je heen. Achteraf kan ik dat wel verklaren: ik had net een scheiding achter de rug, was naar Aruba verhuisd waar ik niemand kende en was helemaal op mezelf teruggeworpen. Die thema’s zie je na de eerste versie verschijnen, dan ga je kritisch kijken: waar gaat het eigenlijk over, wat zijn de onderliggende thema’s? En die ga je vervolgens beter uitwerken. Doorgaans zijn er drie versies, waarvan de stap van versie een naar versie twee het heftigst is.’
Simone: ‘De eerste versie is de versie waarvan jij denkt dat dit het is. Dan laat je het je redacteur lezen en die heeft allerlei commentaar. Uiteindelijk wordt het er wel beter van, maar ik heb wel eens drie maanden nodig gehad om te erkennen dat een bepaalde verhaallijn eruit moest.’
Liv: ‘Als je het een tijdje laat liggen, gaat dat gemakkelijker. Dan is het niet meer zo van jou.’
Marion: ‘Ik ben daar te ongeduldig voor, als ik het te lang laat liggen, heb ik er geen zin meer in. Wel heb ik een tijdje geleden mijn eerste boek herlezen. Het was al zo lang geleden dat ik het bijna las als een lezer.’
En?
Marion: ‘Ik vond m’n boek hartstikke leuk!’