Margriet, oktober 2009
Jacoba van Beieren was allesbehalve een doetje

In de schaduw van haar zeer succesvolle thrillers werkte Simone van der Vlugt de afgelopen jaren aan Jacoba, Dochter van Holland, een historische roman over het leven van Jacoba van Beieren. Waarom uitgerekend Jacoba? Wie de meeslepende roman leest begrijpt waarom: Jacoba van Beieren was een enorm geëmancipeerde vrouw met een zware topfunctie in een roerige tijd.
Jacoba van Beieren ontsnapte in mannenkleren uit het Gravensteen, de gevangenis van Gent.
Hè? Lees ik dat goed?, dacht Simone van der Vlugt toen ze in een geschiedenisboek zat te bladeren. Haar nieuwsgierigheid was gewekt.
Niet verwonderlijk, want Simone – getrouwd en moeder van twee kinderen van zestien en veertien – had vóór zij aan haar eerste thriller begon, al elf historische jeugdboeken gepubliceerd. Vijf jaar geleden was ze toe aan verandering.
“Na mijn jeugdboeken wilde ik graag iets voor volwassenen gaan doen. In een jeugdboek kun je veel kwijt, maar je moet wel rekening houden met de belevingswereld van een twaalfjarige. Er zijn onderwerpen die daar niet bij aansluiten. Eerst heb ik het met Jacoba voor jeugd geprobeerd, maar ik kwam er snel achter dat haar verhaal daar niet geschikt voor is. Toen heb ik een ander historisch boek voor volwassenen geschreven. Maar de markt voor historische romans is zo klein dat uitgevers het niet aandurfden. Bij de laatste uitgever waar ik dat boek vijf jaar geleden aanbood, had ik ook de eerste drie hoofdstukken bijgesloten van een thriller die ik aan het schrijven was. Daar werd wél enthousiast op gereageerd. Goed, dacht ik, dat andere komt nog wel. Blijkbaar moet je eerst het vertrouwen winnen van een uitgever en van het publiek om met een historische roman voor volwassenen te kunnen komen. Dus schreef ik De reünie, mijn eerste thriller. Ontzettend leuk om te doen, ik heb er echt van genoten. Na dertien jaar jeugdboeken gaf iets totaal anders echt even lucht.”
Zo begon de meer dan succesvolle thriller carrière van Simone van der Vlugt. Na De reünie volgden nog vier thrillers waarvan de verkoopcijfers onlangs het miljoen (!) overschreden. Simone: “Dat voelt onwerkelijk. Het succes is snel gegaan, maar toch gedoseerd genoeg om er aan te wennen en om af en toe een moment van reflectie te hebben. Er zit blijkbaar iets in wat het grote publiek bevalt, maar wat het precies is, is ongrijpbaar. Misschien is dat maar goed ook.”
Ondanks het succes bleef de geschiedenis kriebelen. Ze lacht. “Oude liefde roest niet. Als ik een tijdje hetzelfde heb gedaan word ik toch weer onrustig. Ik wilde even geen plot verzinnen, even niet bezig zijn met een vrouw van een jaar of dertig in grote moeilijkheden.”
Zo kwam die merkwaardige heldin van weleer, Jacoba van Beieren, weer in haar gedachten. “Het fascinerende van geschiedenis,” vindt Simone, “is dat je je af kunt vragen hoe jouw leven gelopen was als je geboren was in de vijftiende eeuw. Of zelfs in dezelfde woonplaats als een historische figuur. De valkuil is natuurlijk dat je er iets heel langdradigs en stoffigs van gaat maken. Je ontkomt niet aan een zekere uitleg, maar die moet je zo verborgen mogelijk meegeven.”
Simone schreef het boek in vijf jaar tijd, in de schaduw van haar thrillers. “Een historische roman kost veel tijd en de periode waarin Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, leefde, was vrij gecompliceerd. Nederland zoals wij dat nu kennen, bestond nog niet. De Lage Landen, zoals het gebied toen nog werd genoemd, bestonden uit graafschappen die bestuurd werden door de hogere adel. Van een koningshuis was pas twee eeuwen later sprake.
Ik heb er flink op moeten studeren. Je moet alles van de politieke situatie in die periode weten, ook al kun je niet alle details kwijt in het boek. Dat Jacoba van het Franse koningshuis afstamde, wist ik bijvoorbeeld niet. Ze was toch Beiers, hoe zit dat dan? Het is een sneeuwbal, een wirwar. Hoe grijpen al die generaties en Franse en Engelse koningshuizen in elkaar? Dat moet je helemaal ontwarren. Af en toe – grijpt naar haar hoofd – was er even zo’n moment: ik weet het niet meer! Ik word er gek van! En dan was er de vraag: hoe geef ik Jacoba creatief gestalte?”
Simone besloot om het boek in de ik-vorm te schrijven. “Als je Jacoba moet blijven zeggen blijft het te afstandelijk.”
Over haar leven was in historische archieven behoorlijk wat informatie te vinden. Simone: “Er zijn veel brieven geschreven en bewaard gebleven. Ik was benieuwd of Jacoba ooit kinderen heeft gekregen, maar daar heb ik niets over kunnen vinden. In het boek laat ik haar een miskraam krijgen. Officieel is daar niets over bekend, maar bij een vrouw die vier echtgenoten heeft gehad en die tot haar dood op 35-jarige leeftijd, kinderloos is gebleven, is dat een dichterlijke vrijheid die je je als romanschrijver kunt permitteren. Verder moet je je wel degelijk houden aan de geschiedenis. De feiten geven steun en beperken tegelijkertijd.” Bij haar onderzoek hoorde ook het bezoeken van musea. “Schilderijen zijn eigenlijk de foto’s van vroeger. Wat ligt er op de tafels? Hé, hadden ze toen al spiegels? Daar leer je veel van.”
Het resultaat? Jacoba, Dochter van Holland leest als een trein en veel van de hindernissen die Jacoba in haar leven moest trotseren zijn verrassend actueel. Een dominante moeder, seksisme, een glazen plafond, een topfunctie met een zware verantwoordelijkheid en meer dan één huwelijk. Maar liefst vier echtgenoten passeren de revue: de Franse troonopvolger Jean van Touraine die vergiftigd werd, de vervelende gluiperd Jan van Brabant, de romantische held en broer van de koning van Engeland, Humphrey van Gloucester en als laatste de betrouwbare Frank van Borssele.
Jacoba was allesbehalve een doetje; ze nam al als vijftienjarig meisje de verantwoordelijkheid over haar graafschappen, ze liet steden belegeren en rekende meedogenloos af met verraders. Kortom, liefde en drama tegen de achtergrond van de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk, en de vaderlandse Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Het leuke is dat door dit boek die historische figuren niet meer abstract zijn, maar emoties hebben; ze worden verliefd, ze hebben verdriet, ze worden bedonderd, ze worden kwaad, ze worden kortom wezens van vlees en bloed.
Simone: “We moeten ook niet denken dat mensen zeshonderd jaar geleden die gevoelens en problemen niet gehad hebben, want dat is van alle tijden. Het is de kunst om die figuren uit hun stoffige geschiedeniscontext te halen en te denken: oké, wat voor mens zou dit geweest zijn? Dat is best lastig, want het risico bestaat dat je te veel van nu op ze projecteert. De late Middeleeuwen waren natuurlijk een volkomen andere tijd. Daarom laat ik Jacoba zich niet al te veel verzetten tegen de huwelijken die ze om strategische redenen moest sluiten. Maar dat zij haar tijd ver vooruit vast staat vast. Zij ontbond zelf één van haar huwelijken en ging op eigen houtje naar Engeland om daar een nieuwe echtgenoot te zoeken. Dat was echt not done in die tijd.”
Nee, Simone heeft niet het gevoel dat ze met dit boek een risico neemt. “Daarvoor vond ik dit veel te leuk om te doen. Soms werd ik om vijf uur ’s morgens wakker en dan wilde ik het liefst opstaan om verder te gaan. Dat plezier pakken ze mij in ieder geval niet meer af. Dat dit historische boek voor volwassenen in de winkel ligt, voelt als eigenlijk een derde debuut. Het eerste was mijn historisch jeugdboek, het tweede mijn thriller De reünie. De historische roman is een verborgen markt die hier tot dit moment, anders dan in Duitsland en Engeland, niet wordt bediend. Het publiek is er, denk ik, na vijf jaar thrillergekte wel klaar voor. Dit komt overigens niet in de plaats van mijn thrillers, het is extra. Ik ga hoe dan ook meer historische romans voor volwassenen schrijven. Maar eerst komt er weer een thriller.”
Het schrijven zal noodgedwongen gedoseerd moeten gaan. Oorzaak: haar hypermobiele gewrichten, een lastige aandoening.
Simone: “Alles wat ik te lang doe, levert ontstekingen op en daardoor heb ik baat bij rust en regelmaat. Of ik nou in de tuin werk of veel praat, het moet gedoseerd. Voordat ik deze aandoening kreeg, was ik ongeremd, ik schreef de hele dag als ik wilde. Dat ging absoluut niet meer. Nu schrijf ik in blokjes van een half uur en dat gaat eigenlijk wel goed. Als je iedere dag een paar half uurtjes werkt zie je het toch groeien.”
Aan doorzettingsvermogen ontbreekt het Simone van der Vlugt dus niet, een karaktereigenschap die ze gemeen heeft met Jacoba van Beieren. Ze knikt. “Als wij iets in ons hoofd hebben kan het linksom of rechtsom, maar gebeuren zal het. Ik ben een doordouwer. Al was Jacoba, denk ik, wel moediger dan ik. Maar ja, ik ben nooit in de positie geweest dat ik mijn erf of dierbaren moest verdedigen. De beschermde wereld waarin ik leef is niet te vergelijken met wat zij allemaal moest doorstaan.”
Toen Jacoba uiteindelijk in 1432 met Frank van Borssele trouwde, settelde het paar zich in kasteel Teylingen bij Sassenheim. Vier jaar later overleed zij op 35-jarige leeftijd aan – vermoedelijk – tuberculose.
Simone: “Jacoba is ondanks haar zware leven ook gelukkig is geweest. De tijdloosheid van de problematiek heeft ook wel iets troostends. De geschiedenis herhaalt zich, ook op het persoonlijke vlak. Het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven.”
