• Facebook
  • Twitter
  • Nieuwsbrief
  • Homepage

Simone van der Vlugt beantwoordt lezersvragen

4 juli 2014

Ter gelegenheid van het verschijnen van Vraag niet waarom werd via social media en de nieuwsbrief van Ambo Anthos Literaire Thrillers een oproep gedaan om een vraag stellen aan Simone van der Vlugt. Simone heeft de vijf origineelste vragen beantwoord. Kijk hieronder of jouw vraag er tussen staat! 

Als je schrijft, heb je dan nog tijd om andere dingen te doen?

Ik heb tijd genoeg om andere dingen te doen als ik met een boek bezig ben. Schrijven doe ik vooral ’s morgens. Daarna komt er niet veel zinnigs meer op papier. ’s Middags spreek ik af met vriendinnen, ga ik sporten of huishoudelijke klusjes doen. Een boek schrijven is meer dan alleen schrijven op zich. Veel boeken vragen ook om grondige research.

Als ik aan een nieuw boek begin, besteed ik nog niet direct veel tijd aan het schrijven. Eerst een halfuurtje per dag om erin te komen, dan steeds langer. In die periode ben ik meer met research bezig. Halverwege, als ik goed in het verhaal zit, wordt de research minder en versnel ik het schrijven. Tegen het einde ga ik ook ’s middags door, omdat het verhaal me dan helemaal in zijn greep heeft. Dan maak ik niet meer zoveel afspraken buiten de deur en ook het huishouden komt op een laag pitje te staan. Je zou kunnen zeggen dat mijn hoofdpersoon het overneemt, dat ik meer met haar leven bezig ben dan met het mijne. Maar dan neem ik ook nog weleens een dagje vrij. Het is goed om af en toe even afstand te nemen, zodat je weer met een frisse blik naar het boek kan kijken.

 

Hoeveel research doe je en weet je altijd al hoe het verhaal afloopt als je met een boek begint?

Vanaf het moment dat ik een idee krijg voor een boek, begin ik met research. Of het nou een historische roman of een thriller is, er zijn altijd dingen die uitgezocht moeten worden. Ik ga locaties bekijken, koop boeken over het onderwerp of zoek informatie op internet. Als dat niet genoeg is, benader ik mensen die me kunnen helpen. Ik ben altijd weer getroffen door het enthousiasme waarmee mensen me bijstaan. Eigenlijk vind ik deze fase de leukste. Alles ligt nog open, alles is mogelijk. Je bent enthousiast, je loopt nog niet vast en je mag allerlei leuke uitstapjes maken om locaties te bekijken.

Veel schrijvers gaan vervolgens gewoon beginnen en zien wel waar het schip strandt. Zo werk ik niet. Ik bedenk eerst de laatste scène, zodat ik weet waar ik naartoe moet. En nee, dat maakt het schrijven geen saaie invuloefening, want het middengedeelte is nog vaag. Dat is niet erg, want als je weet waar je naartoe moet, is het gevaar dat je vastloopt niet zo groot. Het zorgt er ook voor dat je niet eindeloos hoeft te herschrijven en dagen werk moet weggooien. Even wat langer over je verhaal nadenken voorkomt groot schrijversleed!

 

Hoe kan het dat je, nadat je net een thriller hebt geschreven, alweer met de volgende bezig bent? Haal je de verhaallijn en/of personages dan niet door elkaar?

Voor de lezer kan het lijken alsof ik mijn boeken tegelijkertijd schrijf. Het ene boek verschijnt terwijl ik op Twitter en Facebook over een heel ander boek bericht. Dat komt omdat het voltooide boek op het moment dat ik het inlever het productieproces op de uitgeverij ingaat, dat een paar maanden duurt.

Vraag niet waarom heb ik in oktober 2013 ingeleverd. Ruim op tijd, want het boek zou pas zomer 2014 verschijnen. Meer dan een maand heb ik niet nodig om me los te maken van mijn vorige hoofdpersoon. Als het verhaal verteld is, ruimt het lekker op in mijn hoofd en is er al snel weer plaats voor iets nieuws. Vaak ben ik zelfs nog bezig met een boek als ik een idee voor iets nieuws krijg. Om niet in verwarring te raken, houd ik die nieuwe ideeënstroom op een laag pitje, en mijn research ook. Van onderzoek doen krijg je namelijk inspiratie. Je leest en hoort zoveel dat er vanzelf invallen komen voor het nieuwe verhaal.

Ik was al met de research voor De lege stad begonnen, een historische roman over de Tweede Wereldoorlog die volgend voorjaar uitkomt, en in november en december ging ik daarmee verder. In januari ben ik er goed voor gaan zitten en onlangs, half juni, heb ik het manuscript bij mijn uitgeverij ingeleverd. In dezelfde week verscheen toevallig Vraag niet waarom.

 

Twijfel je weleens of bepaalde fragmenten relevant zijn voor het verhaal?

Relevantie is een lastig begrip. Wat je vertelt moet iets bijdragen aan het boek, anders hoef je het niet op te schrijven. Dus als je de hoofdpersoon een gezin geeft dat vervolgens amper voorkomt in het verhaal, kun je haar beter single laten zijn. Tenzij ze haar gezin verwaarloost, want dan zegt het juist iets over de hoofdpersoon. Maar dan moet je dat thema ook uitwerken.

Soms zet mijn redacteur in de marge ‘inkorten’. Dan ga ik blijkbaar iets te lang door over het weer, het uiterlijk van sommige personages of andere bijzaken. Daar kunnen we dan flink over discussiëren. Het uiterlijk van de hoofdpersoon draagt bij aan de beeldvorming van de lezer, wat ik wel belangrijk vind. En in een historische roman vind ik het leuk om te schetsen hoe een stad er in een bepaalde tijd uitzag. Sommige mensen vinden het prettig om zelf alles te kunnen invullen, maar ik houd van details.

Zou je met een andere auteur een boek willen schrijven en zo ja, met wie?

Samen schrijven lijkt me lastig. Schrijvers zijn gewend om zelfstandig beslissingen te nemen, bijvoorbeeld om tekst weg te halen of verhaallijnen om te gooien. Als je steeds moet overleggen, en helemaal wanneer je het oneens bent, kan dat erg frustreren. Het beste werkt het als je ieder je eigen aandeel levert, bijvoorbeeld bij een bundel met korte verhalen. Samen een thriller of roman schrijven zou ik niet snel doen. Ik houd graag de regie in eigen hand.