Nouveau, oktober 2004
Simone van der Vlugt schrijft thrillerdebuut

Toen kinderboekenschrijfster Simone van der Vlugt bekendmaakte dat ze een thriller wilde schrijven, raadde iedereen het haar af. Ze deed het toch. De reünie is een spannende psychologische thriller, met overtuigende personages en een ijzersterk plot.
“Ik ben Sabine niet, maar ze komt wel dichtbij,” zegt Simone van der Vlugt (1966, Hoorn). Het verhaal gaat over een jonge vrouw, Sabine, die in de krant een aankondiging leest van een reünie van haar middelbare school in Den Helder, waar ze, net als de schrijfster, opgroeide. Sabines herinneringen aan middelbare schooltijd komen weer boven. Die tijd is overschaduwd door een traumatische gebeurtenis: op een dag verdween Isabel Hartman, met wie Sabine op de lagere school nog hartsvriendin was geweest maar die op de middelbare school niets meer van haar wilde weten.
Toen Simone acht jaar was, fantaseerde schriftjes vol met avonturen die meisjes van acht beleven. Op haar tiende verjaardag kreeg ze een typmachine, en toen ze hoorde dat een meisje van twaalf een boek haar geschreven dat was uitgegeven, bestookte ze de ene na de andere uitgever met haar eigen, met plakband bijeengebonden, manuscripten. Ze was toen dertien.
De manuscripten werden in de loop der jaren steeds dikker, maar ze kwamen een voor een terug.
“Het moest lukken. Het maakte me niet uit of ik op mijn twintigste of zeventigste mijn debuut zou maken”, zegt Simone. In 1991, ze was toen 25, debuteerde ze met De amulet, de eerste in een serie van acht historische jeugdboeken, waarvan de meeste intussen in vijf verschillende talen zijn verschenen. Maar de personages in haar jeugdboeken zijn dertien. Simone wilde ook eens een boek schrijven waarin ze zich niet hoefde aan te passen aan de belevingswereld van een jonge tiener. Ze wilde haar eigen gedachten kwijt kunnen in de personages.
Simone van der Vlugt houdt van thriller. Nadat ze eerst Agatha Christie, en daarna Nicci French had gelezen, wist ze dat de thriller haar genre was. De boeken van het Engelse schrijversechtpaar Nicci Gerrard en Sean French gaat niet over terreur of politieke aanslagen en hebben geen stoere revolverhelden op de cover – hun boeken gaan over situaties waarin iedereen verzeild kan raken. Thrillers waarin politie-inspecteurs figureren die in een wagen voor een huis posten terwijl ze een hamburger en koffie wegwerken, en die volstaan met daderprofielen, vindt Simone niks: “de misdaad staat in mijn boek niet eens centraal. Ook als een lezer in de gaten heeft wie het heeft gedaan, moet je hem kunnen boeien.”
Ze wil meer bieden dan alleen een whodunnit. Karakters moeten zich ontwikkelen. Sabine laat zich in het begin van het boek van alles aanleunen, maar krijgt verderop steeds meer haar op de tanden.
“Ik vind het leuk om met karakters bezig te zijn. Dat is eigenlijk leuker dan het verhaal. In mijn boek geen helden. De personages moeten ruiken naar zweet.”
Simone beschrijft uitgebreid hoe Olaf een kroket eet, en doe ook overtuigend verslag van een buikgriep.
“Er hoeft niet zoveel te gebeuren, als de karakter maar boeiend zijn”, zegt Simone. “Vorig jaar zat ik in het zwembad met mijn man en kinderen. Had ik opeens de plot. Ik riep mijn man: ‘Ik heb de plot!’ ‘Da’s mooi’, zei-ie, en dook weer het water in. Maar ik wilde meteen naar huis.”
Het idee voor het verhaal ontstond door een bericht in de krant over een moord in de Helderse duinen. Simone knipte het bericht uit omdat het haar intrigeerde. “Ik heb daar ook door de duinen gefietst, en ik heb ook meegemaakt dat plotseling een blote man op mij af kwam. Als je dan zo’n bericht in de krant leest, is er niet veel voor nodig om te denken dat ook jij daar gevonden had kunnen worden.”
De kantoorscènes in De reünie zijn uit Simones eigen leven gegrepen, maar de passages over de middelbare school moest ze verzinnen. Zelf had ze een onbezorgde middelbareschooltijd terwijl Sabine op school behoorlijk wordt gepest.
“Het kostte me geen moeite om het te verzinnen. Ik kom veel op scholen en zag eens een meisje tegen een muur staan met een groep kinderen dreigend om haar heen. Zegt een leraar tegen mij: ‘Kijk die wordt gepest’. Waarop ik zei: ‘Moet je dan niet ingrijpen?’ Waarop hij weer zei: ‘Als ik dat doe, zit mijn auto morgen vol met krassen.’ Ik heb daar met tranen in mijn ogen rond gelopen.”
Is het een boek voor vrouwen? Simone weet het niet. “Ik dacht dat de kantoorscènes echt iets voor vrouwen waren. Jaloezie en geklets. Maar ik heb reacties van mannen gekregen die de situaties heel herkenbaar vonden. Toch blijft het een beleving vanuit het perspectief van Sabine. Ik ga geen boek maken met een man in de hoofdrol. Ik zou ook niet kunnen schrijven vanuit het perspectief van bijvoorbeeld Olaf, met wie Sabine een verhouding krijgt. Ik zou niet weten hoe hij zou denken en reageren.”
“Het voelt alsof ik opnieuw debuteer”, zegt Simone. “In Nederland worden gauw etiketten uitgedeeld. Eens een jeugdboekenschrijfster, altijd een jeugdboekenschrijfster. Mensen raadden met het af, het boek zou in de ramsj terechtkomen of in een kleine oplage verschijnen. Maar het was voor mij een heilig moeten. Ik wil niet tachtig worden en dan spijt hebben dat ik niet heb doorgezet. Ik was ook bereid op mijn gezicht te gaan. Maar het is geen kleine oplage geworden en ik ben blij eigenwijs te zijn geweest.”
