Telegraaf, november 2009
Jacoba van Beieren: Een moderne gravin
door JOLANDA JANSSEN
ALKMAAR – Knellende familiebanden, liefde, bedrogen worden, onvervulde kinderwens, verraad, de mannenwereld die niet te doorbreken valt. Het zijn problemen van alle tijden. Ze vormen ook de rode draad in het leven van Jacoba van Beieren, hoofdpersoon in de nieuwe historische roman van Simone van der Vlugt. „Ze staat niet echt ver van ons vandaan. Ze voerde een oude strijd”, aldus de schrijfster.
’Jacoba, dochter van Holland’ (uitgeverij Ambo/Anthos) was geen boek dat zomaar even geschreven was. Vijf jaar geleden, nog voor ze haar eerste thriller, ’De Reunie’, schreef, begon Van der Vlugt er al aan. Ze vertelt: „Ik was op haar spoor gezet toen ik onderzoek deed voor een van mijn jeugdboeken en in een naslagwerk iets over haar las. Het was een interessante vrouw. In een tijd die volledig door mannen werd gedomineerd, heeft ze een avontuurlijk leven geleid en trok ze volledig haar eigen plan. Ze zou zo in onze tijd passen.” Sleutelfiguren Overigens staat Jacoba van Beieren bijzonder in de belangstelling momenteel. Morgen verschijnt op initiatief van het Prins Bernhard Cultuurfonds een biografie van haar geschreven door Antheun Janse, ’Een pion van een dame’, in een reeks over acht sleutelfiguren uit de Nederlandse geschiedenis. Jacoba van Beieren werd in 1401 geboren als dochter van Willem IV, graaf van Holland, Zeeland en Henegauwen. Ze trouwde heel jong met de Franse prins Jean van Touraine, en ze zou koningin van Frankrijk zijn geworden als Jean niet in 1417 was vergiftigd. In dat jaar stierf ook haar vader, waarna zij hem opvolgde. Om haar oom Jan van Beieren, die aasde op haar land, het hoofd te bieden, werd ze uitgehuwelijkt aan haar neef Jan van Brabant. Uit geldnood verpandde deze echter haar grondgebied aan haar vijand. Van der Vlugt: „Ik vind Jacoba op haar leukst als ze daarna zelf dat huwelijk ontbindt, en vervolgens naar Engeland gaat om een nieuwe echtgenoot te zoeken. Dat was echt not done in die tijd. Het was heel moedig.” Om Jacoba’s verdere leven kort samen te vatten: ze trouwde met de broer van de Engelse koning, met wie ze aan het hoofd van een leger terugkeerde naar De Lage Landen om haar landen te herwinnen. Hij liet haar in de steek en zij werd gevangengezet, ontsnapte in mannenkleren, trouwde uiteindelijk voor een vierde keer, verloor ook haar titels en stierf in 1436 aan tuberculose. „Adellijke vrouwen leefden in die tijd altijd in dienst van hun familie. Ze werden uitgehuwelijkt om verbonden te smeden, hadden geen rechten, waren niet bevoegd beslissingen te nemen. Er waren wel een paar machtige vrouwen, maar die speelden het spel achter de schermen en manipuleerden hun mannen. Ze gingen niet zelf een stad belegeren, zoals Jacoba”, zegt Van der Vlugt, wier boek nu al hoog in de bestsellerlijst staat van het CPNB, ondanks een minimum aan publiciteit (bij Van der Vlugt werd begin oktober huidkanker geconstateerd en alle activiteiten werden afgezegd voor de behandeling; inmiddels is gebleken dat die succes heeft gehad en er geen uitzaaiingen zijn). „De taak van vrouwen was het huishouden bestieren en kinderen krijgen. Reizen was gevaarlijk, de wegen waren slecht, en hun wereldje beperkte zich tot het kasteel en de omliggende landerijen”, aldus Van der Vlugt, die ondanks haar passie voor geschiedenis niet haar woning in Alkmaar een maandje zou willen verruilen voor zo’n kasteel. „Lijkt me een bezoeking. Het was vochtig en koud, meestal werd slechts één vertrek verwarmd, meer was te kostbaar. En ik denk dat vrouwen zich kapot verveeld hebben. De rijken hadden bedienden voor álles. Daar zat je dan met je borduurraam. Je mocht niet studeren. Je kon een beetje lezen, maar ook niet te veel, want vrouwen mochten niet te slim worden. Jacoba werd door haar vader meegenomen op jacht. Hij leerde haar met een kruisboog omgaan en besprak de politiek met haar. Ze werd door hem opgevoed alsof ze een jongen was. Daarom was ze later in staat om onorthodoxe besluiten te nemen. Maar al haar daden waren eigenlijk in dienst van haarzelf. Ze wilde haar grondgebieden terug. Logisch, maar ze richtte die daarbij wel te gronde. Ze liet ook mensen die haar bespuwden of bespotten rustig onthoofden.”