Telegraaf
THRILLERAUTEUR SIMONE VAN DER VLUGT SCHRIJFT SPANNEND GESCHENKBOEKJE
Griezelig actueel
door ANNET DE JONG
Ineens was haar novelle De ooggetuige gruwelijk actueel. Thrillerschrijfster Simone van der Vlugt schreef het geschenkboekje voor de Maand van het Spannende boek (de hele maand juni) vorige zomer, maar nog voor het verscheen, werd ze ingehaald door de actualiteit. De recente brute roofoverval met dodelijke afloop op een Haagse juwelier is bijna identiek aan de roofmoord in haar boek.
SIMONE VAN DER VLUGT Geboren in 1966 in Hoorn als Simone Watertor. Studeerde Nederlands en Frans aan de lerarenopleiding te Amsterdam.
* 1995 : debuteert op 26-jarige leeftijd met jeugdboek De amulet . Daarna volgen nog zeventien jeugdboeken.
* 2004 : breekt door als thrillerschrijfster met De Reünie . Daarna volgen de al even succesvolle thrillers Schaduwzuster (2005), Het laatste offer (2007), Blauw water (2008), Herfstlied (2009), Op klaarlichte dag (2010).
* 2009 : historische roman Jacoba, Dochter van Holland .
* 2012 : historische roman Rode Sneeuw in december .
* Juni 2012 : geschenkboekje voor de Maand van het Spannende Boek De ooggetuige in een oplage van ruim 750.000.
* Verwacht in november 2012 : de hard-boiled thriller Aan niemand vertellen . Simone van der Vlugt woont in Alkmaar met haar echtgenoot Wim en hun kinderen Friso en Esmée.
Ook haar daders spreken met een Oost-Europees accent. Blij is ze er niet mee. „Dan ben ik bang dat de indruk ontstaat dat ik misbruik maak van de situatie. Erg vervelend. Voor mij is de actualiteit altijd een reden om een idee in de prullenbak te gooien.”
Zo begon ze ooit bijna aan een thriller over een jong meisje dat wordt vermist, en vervolgens door de buurman blijkt te zijn ontvoerd, haar allerergste nachtmerrie. „Toen gebeurde dat met Milly Boele. Dan wil ik die thriller niet meer schrijven. Dat beperkt je wel, maar sommige zaken krijgen zoveel aandacht, dat het een verkeerd signaal zou zijn als je er dan ook over gaat schrijven. Bovendien zou ik echt niet willen dat mensen denken dat ik van misdrijven profiteer.”
Thee
Schrijfster Simone van der Vlugt nipt van haar thee in de woonkamer van haar lichte, vrijstaande huis in Alkmaar. Ze heeft last van haar nekgewrichten, het gevolg van haar hypermobiliteit, maar dat onderwerp wuift ze vriendelijk, doch resoluut weg. „Iedereen heeft wel wat. Ik wil niet de hele tijd als die schrijfster met die aandoening worden geportretteerd. Het is soms lastig, maar meer niet.” Ze benadrukt de zonnige kant. Haar schattige hondje Copper heeft ze, omdat ze door haar aandoening goed moet bewegen.
Hoe het is om een échte handicap te hebben, ondervond ze toen ze research deed voor De ooggetuige . Aanvankelijk was het haar bedoeling om de novelle te schrijven vanuit het perspectief van een volledig blinde hoofdpersoon. Ze ging te rade bij revalidatiecentrum Visio Het Loo Erf in Apeldoorn.
„Ze hebben daar een laantje gemaakt met huizen en daar moet je dan geblinddoekt doorheen lopen met een stok. Ik liep vrij snel, omdat ik wist dat ze je toch niet een drukke weg op sturen, of een sloot in. Een andere test was dat ik in een keuken koffie moest zetten. Dat ging eigenlijk ook best goed en ik moest er een broodje pindakaas bij smeren. Geen probleem. Eigenlijk zou ik een prima blinde zijn”, zegt ze lachend.
Maar ze putte voor de novelle ook uit haar eigen ervaringen. Ooit was ze het slachtoffer van een roofoverval. „Het was in mijn studententijd. Ik was 24 en werkte bij een uitzendbureau in Amsterdam. Het was tegen sluitingstijd. We zaten in een soort kelder, dus niemand zag wat er zich afspeelde. Er kwam een groep overvallers binnen die de tent kwam leegroven. Wij verzetten ons niet, dat was de reflex. Ik was wel zo slim om even mijn eigen handtas onder het bureau te schoppen, dus die had ik nog. Er was een telefoon binnen handbereik, ik keek ernaar, maar ik durfde niets te doen. Dat gevoel dat iemand je iets kan aandoen, dat heb ik toen wel meegekregen.”
Van der Vlugt realiseert zich pas de laatste tijd dat ze in Amsterdam best veel heeft meegemaakt. „Bij het Rembrandtpark stonden de potloodventers in rijen van tien opgesteld. Ik ben erg snel streetwise geworden daar. Als ik ’s avonds met de herder liep en ik enge types tegenkwam, trok ik heel hard aan de zware ketting van die hond, alsof hij heel vals was: ’HIER!’ Dan keek dat beest verbaasd. Het was zo’n goedsul, maar het werkte wel.”
De boeken van Van der Vlugt zijn ongekend populair en verschijnen in oplages van minimaal honderdduizend. Ze schrijft haar thrillers en historische romans in een moordend tempo. Eigenlijk wilde ze wat rust nemen, maar de uitnodiging om het geschenkboekje te schrijven slaat geen schrijver af.
Van der Vlugt begon al met schrijven toen ze acht jaar was en stuurde op haar dertiende haar eerste manuscript naar een uitgever. Dat kreeg ze terug, met het commentaar dat ze eerst maar haar middelbare school moest afmaken, maar ze zette door. Inmiddels heeft ze 23 boeken op haar naam staan.
De schrijfster kwam via Twitter in contact met de slechtziende Annemiek van Munster. „Ik las dat ze een boek had geschreven en was uiteraard zeer geïnteresseerd. Ik heb haar benaderd en het klikte meteen. Zonder haar was De ooggetuige er nooit geweest. We zijn samen op pad gegaan met haar hond en ze heeft me alles verteld over haar aandoening, wat ze allemaal wel en niet ziet. Dat beschrijf ik gedetailleerd in het boek.”
Er volgde nog meer research. Van der Vlugt ging met Van Munster en haar geleidehond op onderzoek uit en dat leidde tot bijzondere taferelen. Niemand herkende de schrijfster toen ze op Amsterdam Centraal met een bril op en een stok in de hand een slechtziende speelde. „Ik wilde precies weten hoe de omgeving reageert op iemand met deze aandoening. Annemiek ziet heel weinig. Een dader kun je niet herkennen. Wel een kleur, of een contour.”
Van der Vlugt schrijft haar verhaal vanuit de ik-persoon. „Dat was het lastige. Ik las ergens de kritiek dat er te weinig couleur locale in het boek zit. Maar dat is ook precies wat je mist als je slechtziend bent. Je ziet geen details. Deze opzet beperkt je dus erg als schrijver. Je kunt niet meer zeggen: ’Hij keek dreigend naar haar’, of ’zijn gezicht verried zus of zo’. Je moet op andere zintuigen afgaan, maar van Annemiek weet ik ook dat het niet zo is dat de andere zintuigen ineens tien keer beter werken en dat slechtzienden ineens bionische oren hebben.”
Geheimzinnig
Haar nieuwe thriller, Aan niemand vertellen , die in november verschijnt, vordert inmiddels gestaag. Ze doet aanvankelijk geheimzinnig, maar geeft toch wat prijs: „In dit boek zitten veel verminkte lijken. Op de een of andere manier sluipt het geweld er toch steeds meer in. Dat is op zich een goede ontwikkeling, dat je het eens over een andere boeg gooit. De meeste van mijn vorige thrillers gaan over vrouwen die verschrikkelijke dingen meemaken. Ditmaal is er een vrouwelijke rechercheur, Loïs, die jacht maakt op een vrouwelijke psychopaat.”
Het was de bedoeling dat ze het zichzelf gemakkelijk zou maken door het dicht bij huis te houden. Het verhaal speelt zich af in Alkmaar. „Meestal maak ik het mezelf erg moeilijk. Dit boek gaat over een Alkmaarse rechercheur en ik schrijf het zo dat er ruimte is voor een vervolg. Het lijkt me leuk om een keer een serie te schrijven. Ik krijg veel steun van het hoofd Moordzaken van de regionale recherche. Niet dat ik meega naar plaatsen delict, want dat vind ik niet ethisch. Ik heb daar niks te zoeken. Ik wil geen misbruik maken van het leed van slachtoffers. Maar de rechercheurs lezen mee en kijken of het klopt wat ik schrijf.”
Toch heeft ze zich weer een hoop research op de hals gehaald: „Ik zit tot mijn nek in het recherchewerk. Ik ben heel moeilijk: alles moet kloppen. Maar het is spectaculair, een gestoord boek eigenlijk, totaal anders dan wat ik tot nu toe heb gedaan. Ik twijfelde heel erg, maar mijn uitgever heeft me over de streep getrokken. Op een goed moment heb je al zoveel gedaan, dan ga je zoeken naar nieuwe dingen. Ik wil niet dat ik volgens een vaste formule werk. Het is allemaal wat rauwer geworden. Als het formulethrillers zouden worden, dan hou ik ermee op.”

