Volkskrant, september 2005



BIJ REVE EN DAT STELLETJE VAL IK IN SLAAP

Ze zijn blond, ze schrijven sinds kort vlotte thrillers, hun zinnen worden ontleed, hun haarkleur wordt op echtheid beoordeeld. Hun hoofdpersonen worden door recensenten domme dozen of bleke HEMA-vrouwen genoemd. En niet te vergeten: ze verkopen uitzonderlijk goed, met tienduizenden, zelfs een paar honderdduizend exemplaren. Er blijkt een nieuwe trend geboren, die volgens pessimisten het aanzien van de literatuur omlaag zou halen.

Een goede reden voor een gesprek met Simone van der Vlugt, hooggewaardeerd schrijfster van historische jeugdboeken, die vorig jaar met haar thriller De reünie door de populaire thrillersite Crimezone werd uitgeroepen tot beste thrillerdebutant van 2004. Het boek (meer dan 85.000 verkochte exemplaren) werd ook genomineerd voor de NS Publieksprijs 2005. Haar tweede thriller, Schaduwzuster, is net verschenen. Van klagen houdt ze niet, maar de negatieve recensies zijn moeilijk te negeren.

Simone van der Vlugt: ‘Ik weet al precies wat de teneur zal zijn in sommige recensies van mijn nieuwe boek. Waarschijnlijk word ik weer langs een literaire meetlat gelegd, die ik zelf niet heb uitgevonden en die ik ook niet heb nagestreefd. Dat komt natuurlijk ook door dat stigma van ‘literaire thriller’ op de omslag, in feite gewoon een verkooptechniek van de uitgevers. Maar wat is literair? Reve, en noem dat hele stelletje maar op. Oké, als dat literair is, dan hoef ik niet literair te zijn, want ik hou niet van dat soort boeken. Het is misschien heel erg knap, maar ik val erbij in slaap. Klaar.’

‘De ene recensent zegt: het is vlak en clichématig, de andere zegt: het is goed geschreven, beeldend, met veel vaart. Wat is de waarheid? In een van de eerste recensies van Schaduwzuster stond: Het is een boek om lekker in de intercity te lezen. Je bent er een paar uur mee zoet en dan is het meteen weer weg. Dan denk ik: het is ook niet mijn bedoeling om je vervolgens de hele nacht wakker te houden. Uit is uit, prima. Als je ervan genoten hebt, heb ik mijn doel bereikt. Ik heb niet de pretentie het leven van mensen op hun kop te zetten. Ik wil mijn publiek amuseren met een goed geschreven, lekker verhaal.’

Bekend werd Van der Vlugt door haar historische jeugdboeken, waarin ze forse onderwerpen – waaronder de zeventiende eeuwse heksenjacht, de Franse revolutie, het leven van Jeanne d’Arc, en de aanloop tot de Tachtigjarige Oorlog – helder, en zonodig realistisch, beschrijft. Aan ieder boek gaat een grondige research vooraf. ‘Als kind schreef ik al en vanaf mijn dertiende benaderde ik allerlei uitgevers. Ik was een groot bewonderaar van Thea Beckman, die haalde mij toen ik veertien was van de meisjesboeken af en liet me zien dat er ook nog hele andere genres bestonden. Ik werd daar zo door gefascineerd dat ik later dacht: dat ga ik ook proberen. Inmiddels had ik een studie Nederlands en Frans achter de rug, maar het schrijven bleef belangrijker. Mijn eerste jeugdboek, De amulet, werd een succes en kreeg een eervolle vermelding van de Nederlandse Kinderjury 1996.’

‘Ik wil geen geromantiseerde weergave geven van vroegere tijden. Kinderen worden graag serieus genomen. Dan moet je ze niet het bos insturen met geromantiseerde verhaaltjes. Ze weten heel goed wat er nu in de wereld speelt. Waarom zouden ze dan moeten worden afgeschermd van wat er vroeger werkelijk is gebeurd? De leeftijd in mijn boeken ging steeds meer verlopen; de hoofdpersonen werden ouder. Het werd mij duidelijk dat ik eens iets heel anders wilde doen, voor een volwassen publiek. Ik kreeg grote behoefte om verhalen te schrijven die zich in deze tijd afspelen.’

Die behoefte sloot uit dat ze zich, voor de hand liggend, op het buitengewoon populaire gebied van de historische thriller zou wagen. ‘Sinds de Da Vinci Code van Dan Brown is dat valkuil nummer één geworden. Ik heb er een aantal gelezen en op een gegeven moment kon ik al die kerkgeheimen niet meer zien. Weer een geheim uit het Vaticaan, weer die tempeliers; daar moet je verder van afblijven. Ik heb altijd van thrillers gehouden, heb in mijn jeugd Agatha Christie gevreten, maar ik ben ooit afgehaakt omdat er alleen maar boeken verschenen met grote revolvers op de omslag, en met bloeddorstige titels en navenante onderwerpen. Maar toen de boeken van Nicci French op de markt kwamen, dacht ik: dat is het. Echte lekkere boeken om te lezen. Ze zijn spannend en ik heb het gevoel dat ze over mij gaan. Ik denk dat het bij een hele grote groep vrouwen zo werkt: spanning, romantiek, herkenbaarheid, alles in één. In thrillers werd er trouwens lange tijd maar wat aangeflodderd, als het maar spannend was; je kon tien clichés in een zin gebruiken, want dat gaf niet voor thrillers. Daar is wel verandering in gekomen. Vooral psychologische thrillers zijn steeds beter geworden. De uitgevers worden platgebombardeerd met thrillermanuscripten. Ik had de mazzel dat ik bij Anthos binnen was voordat Saskia Noort zo enorm veel succes kreeg. Nu moeten ze weer oppassen dat de markt niet verzadigd raakt.’

Van verzadiging lijkt voorlopig nog geen sprake. Saskia Noort scoorde met haar twee thrillers, Terug naar de kust en De eetclub, respectievelijk, meer dan 185.000 en 300.000 exemplaren. Inmiddels zijn er diverse nieuwe auteurs, meestal vrouwen, die ook een kans wagen met een eigentijdse Nederlandse thriller; in literaire kritieken ook wel meewarig ‘polderthrillers’ genoemd, omdat ze zich niet afspelen in grote steden, wat hen meteen al een minpunt oplevert. Toch is dat niet de reden waarom Simone van der Vlugt Rotterdam heeft gekozen als ‘plaats delict’ voor haar tweede thriller. In haar debuut, De reünie, beweegt de hoofdpersoon zich tussen Amsterdam en Den Helder. Een kwetsbare drieëntwintigjarige vrouw – vroeger gepest op school, later op het werk -, die langzaam verdrongen herinneringen terugkrijgt over de vroegere verdwijning van haar klasgenoot Isabel. Dit alles omdat ze voor een middelbare-schoolreünie is uitgenodigd. Het boek werd geprezen – fascinerend, vlot proza, verrassende plot – en bekritiseerd – te alledaags, geen gelaagde hoofdpersoon, te eenvoudige spreektaal.

In Schaduwzuster komen tweelingzussen afwisselend aan het woord. Marjolein is docente op een zwarte, middelbare school, Marlieke is fotografe. Op een dag wordt Marjolein door een allochtone leerling bedreigd. Wat volgt is: angst, een begrafenis vroeg in het verhaal, de ontleding van minder prettige verhoudingen en karaktertrekken van de diverse personages, en de zoektocht van Marlieke naar een moordenaar.

‘In dit boek ligt het accent meer op de actualiteit, wat er voor mij een soort meerwaarde aan geeft. Dat kan je bij dit onderwerp ook verwerken in de gelaagdheid van de hoofdpersonen. Marlieke vindt bijvoorbeeld van zichzelf dat ze niet discrimineert, maar in feite doet ze niets anders. Zo werd het een schets van de samenleving zoals die op dit moment is, en hoe wij ons daarnaar verhouden.’

‘Ik hou niet van harde thrillers, waarin lichaamsdelen als vleeswaren rondvliegen. Onderhuidse spanning vind ik zelf veel opwindender dan dat harde, rauwe. Een rechercheur die in alle boeken rondstrompelt, hoef ik ook niet. Ik zie liever iemand die in het dagelijkse leven iets overkomt. In Schaduwzuster heb ik bewust minder ditjes en datjes en getut van de hoofdpersoon gestopt. In De Reünie werkte dat wel, maar hier zou het storend zijn. Ik heb ook bewust een van de hoofdpersonen vrij snel in het boek laten doodgaan. Dat doet niets aan de spanning af. Integendeel. Je wilt als lezer toch weten waarom ze vermoord werd. En het voornaamste: je wilt dat moment meemaken. Je weet dat het gaat gebeuren, maar wanneer en hoe en door wie? Daarmee creëer je een soort uitgestelde spanning.’

‘Wat ik het meest ergerlijk vind in recensies is het verwijt dat het vlak zou zijn. Ik ben geen metaforenschrijfster, zal ik ook nooit worden. Maar de zinnen die ik schrijf, bekijk ik allemaal nog drie keer, of ze mooi lopen, of ik dingen niet kan omdraaien en verbeteren. Met jeugdboeken pak ik dat ook heel serieus aan. Ik heb geen poëtische gaven, maar ik doe wel mijn best en ik hou van duidelijke spreektaal. Ik krijg aardige brieven en e-mails van vrouwen van heel uiteenlopende leeftijden, hoewel mijn hoofdpersonen in de twintig of begin dertig zijn.’

‘Veel vrouwelijke thrillerauteurs hebben zich laten inspireren door Nicci French. Als je ziet dat die boeken scoren, dan schrijf je zelf toch ook een thriller. Daar schaam ik mij niet voor. Het is prachtig als je gewaardeerd wordt door door de media én door het publiek, maar dat is weinigen gegeven. Ik denk dat de meeste auteurs die goede kritieken krijgen onbekend zijn bij het grote publiek. Schrijf je voor prijzen en recensenten door een heel oorspronkelijk stukje werk af te leveren, of schrijf je om gelezen te worden? Ik ben een schrijfster die schrijft om gelezen te worden.’

Onlangs zag ze bij Barend & Van Dorp Writers on Heels, die zichzelf tot nieuwe literaire stroming hebben uitgeroepen. Niet allemaal thrillerschrijfsters, wel schrijfsters die niets moeten hebben van ‘’zwaarmoedige literatuur waarin weinig tot niets gebeurt’. En die het tegendeel willen zijn van ‘de laffe, zielloze chicklit/urban fiction’. Vrouwen die wanhopig op zoek zijn naar een man en voortdurend moeite hebben met hun overtollige kilo’s zijn niet de enige thema’s waar vrouwen over willen lezen en schrijven. Writers on Heels willen meeslepende, inzichtrijke boeken schrijven, waarin het plezier van de pagina’s spat, met een smakelijke plot. Simone van der Vlugt zat juichend voor de televisie. De meest succesvolle boeken zijn geen grote literaire meesterwerken, maar wel boeken die getuigen van genoegen in het schrijven. Lekkere boeken. Klaar.

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto