De bastaard van Brussel



“Noordhollands Dagblad”,  Hanneke van den Berg (17 maart 2005)
Acht boeken lang zal Simone van der Vlugt stilletjes gehoopt hebben die eeuwige vergelijking met Thea Beckman van zich af te kunnen schudden. Nu moet dat met haar negende historische jeugdroman dan toch eindelijk lukken, want in ‘De bastaard van Brussel’ laat de Alkmaarse schrijfster zo’n resoluut eigen stijl zien dat er van een vergelijking geen sprake meer kan zijn. In dit boek laat Van der Vlugt zien dat ze weliswaar oog heeft voor romantiek, maar dit nooit en te nimmer boven het belang van historische feiten zal laten gaan. Ook weigert ze, gelukkig, te buigen voor de ‘tere kinderziel’, die vaak heel wat minder teer is dan menig ouder vermoedt. Zo beschrijft ze de folteringen die de hoofdpersoon moet ondergaan vrij gedetailleerd, maar niet zodanig dat kinderen het boek griezelend terzijde zullen leggen. Nooit eerder vielen bij haar feiten, spanning en avontuur zo harmonieus samen als in ‘De bastaard van Brussel’. De verhaallijn rond de jonge Crispijn, de vervolgingen van de ketters en de maatschappelijke omstandigheden weet Van der Vlugt tot een boeiend geheel aaneen te smeden. Een heel enkel keertje wil ze het te mooi doen en gebruikt ze beeldspraken die een beetje overdreven overkomen. Zo staat er ,,… en dan rent hij zo hard als hij kan tot het woud hem opneemt in zijn donkere omhelzing’’. Die mooischrijverij heeft ze helemaal niet nodig om de lezer bij de les te houden. Het verhaal op zich staat als een huis.

“NRC Handelslad”,  vrijdag 13 mei 2005
Het is 1565. Bierbrouwer Crispijn Matsijs rijdt door het platteland van Vlaanderen, op zoek naar zijn verdwenen dienstmeid Stina. Met angst beziet hij de sporen van de beeldenstorm. Kapotgeslagen kapellen en omgehakte kruisen langs de weg.
`Bladen uit misboeken liggen overal verspreid, alsof God zelf zijn woord over de mensheid heeft verstrooid.’
In deze passage is De bastaard van Brussel een historische jeugdroman zoals die moet zijn: een persoonlijke zoektocht en de geschiedenis versmolten in een meeslepen verhaal. De grote kracht van dit boek is dat Van der Vlugt de Opstand heeft weten op te laden met grote dubbelzinnigheid. Geen Beleg van Leiden of Turfschip van Breda, met heldere scheidslijnen tussen vriend (geuzen) en vijand (Spanjaarden). Wél de onzekerheid van Brussel, waar de inquisitie voortdurend dreigt. Nu eens slaat Titelmans keihard toe, dan is hij weer weg en kunnen de vervolgden terugkeren naar hun huis – zonder te weten voor hoe lang. De Nederlandse edelen in Brussel zijn dubbelhartig: eerst mogen er wél hagenpreken worden gehouden en later grijpen ze onder druk van Spanje weer hard in.
De dubbelzinnigheid heeft Van der Vlugt thematisch uitgewerkt in haar hoofdpersoon. Crispijn is katholiek maar heeft sympathie voor het lutherse geloof. Hij sluit zich aan bij de geuzen maar onderhoudt vriendschap met een katholiek echtpaar. Hij vrijt met zijn dienstmeid Stina zonder haar te willen trouwen. Houdt van zijn pleegdochter Eva als van een dochter, maar toch ook iets meer.
Van der Vlugt heeft dit verhaal goed opgeschreven, maar af en toe is haar taal lelijk: `Een stukje gevoel is uitgeschakeld,’ zegt Crispijn over zijn afstomping voor de wreedheden van de geuzen. Hier en daar is de vertelling omslachtig; Crispijn ontsnapt aan de Spanjaarden in een uitgerekte scène en vertelt het hele verhaal nog eens omstandig aan zijn bendeleider. Dat neemt niet weg dat Van der Vlugt overtuigend een angstaanjagende wereld werkt, vol inquisiteurs die jagen op ketters, geuzen die kloosters en kerken bestormen en burgers die vluchten voor godsdiensttwisten en armoede.
Het complexe verhaal wordt overeind gehouden met degelijk ogend bronnenonderzoek. Des te storender zijn dan ook de onwaarschijnlijkheden in De bastaard. Crispijn bekeert zich al na in één nacht de lutherse bijbel uit te lezen. Met zijn halfzusje kibbelt Crispijn over de vraag wie het het moeilijkst heeft gehad: hij als bastaardzoon of zij als dochter van de bedrogen echtgenote. Alsof adellijke bastaardkinderen indertijd iets bijzonders waren en alsof ze niets anders aan hun hoofd hadden.
Van der Vlugts personages hebben nogal hedendaagse ideeën en emoties, zoals over ‘imperialisme’ en slavernij – of over het geweld van de geuzen in De Bastaard. Gelukkig zijn de sterke momenten bij Van der Vlugt veel talrijker. Aan het einde van dit boek gaan Crispijn en zijn pleegdochter op weg naar Haarlem. Hun gevoelens blijven onuitgesproken, hun lot is ongewis – er wacht gevaar, maar misschien ook redding en liefde. Er is hoop.

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto