Jacoba, Dochter van Holland
‘Wat een heerlijk, verslavend boek. Nooit geweten dat Jacoba van Beieren zo’n feministe avant la lettre was. Zo wordt geschiedenisles weer leuk. En ik hoop ook dat ze meer historische romans gaat schrijven. Ik ben fan!’ – Heleen Spanjaard, Margriet
De boekhandel over Dochter van Holland:
‘Een heerlijk stukje geschiedenis! Je kruipt in de huid van Jacoba van Beieren.’ – Marianne ten Thije, Boekhandel Mondria in Mijdrecht
‘Een boek dat je ogen opent over de positie van de (edel)vrouw in de middeleeuwen. Een aanrader voor eenieder die houdt van een lekker lichtvoetige historische roman die de kern van de geschiedenis in zijn waarde laat.’ – Wim Krings, Boekhandel Krings in Sittard
‘In de haar zo kenmerkende vlotte schrijfstijl schetst Van der Vlugt het bewogen levensverhaal van een krachtige, zelfbewuste maar gevoelige jonge vrouw,die haar tijd ver vooruit was, en waar de vrouw van nu zich zeker in zal herkennen. Dochter van Holland sleept je mee en laat je niet meer los!’ – Sylvia Beljon, Bruna Alkmaar
Blz. Uitgelicht
‘Lamgeslagen ben ik, ontdaan van alles wat me altijd voortgedreven heeft.’
Het leven van Jacoba van Beieren (1401-1436) is kort en heftig. Rampspoed treft haar met de moord op haar verloofde Jean, beoogd koning van Frankrijk. Van koningin in spe, is ze plotseling weduwe in haar troosteloze hart en zonder huwelijkskandidaat. In een tijdperk waarin huwelijk en geboorte de machtsgrenzen bepaalden, is dit een persoonlijke én een politieke ramp. Toch: het kan altijd erger. Kort na de dood van haar geliefde wordt ook Jacoba’s vader ziek en sterft: Willem VI, hertog van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. ‘Oorlog, pest en moordaanslagen konden hem niet vellen, maar een hondenbeet heeft een einde aan zijn gezondheid gemaakt,’ aldus Jacoba.Jacoba erft haar vaders titel en zijn macht, dit zeer tegen de zin van onder meer haar oom. De jonge gravin wordt een pion in een bitter spel dat wordt gespeeld met gif, dolksteken, verraad, stedenmoord en wisselende allianties. Machtige partijen staan hierbij tegenover elkaar: Hoeken en Kabeljauwen, maar ook Engelsen en Fransen. Met voor Jacoba, in het kamp der Hoeken, onder meer de erfvijandschap met van Arkel en van Egmond.
Simone van der Vlugt schreef met Jacoba, Dochter van Holland, een in het hart treffend levensverhaal van een jonge vrouw wier geluk voor iedereen behalve zichzelf volstrekt ondergeschikt is aan haar functie en afkomst. Jacoba is een ongetrouwde en kinderloze gravin. Ze staat zwak. Met haar dood vallen al haar rechten en landen toe aan haar oom, die sympathie heeft voor de Kabeljauwen. Spoedig is daar dan ook de eerste moordpoging. Dood, verraad en tegenslag achtervolgen Jacoba, maar plaats voor persoonlijk leed is er niet. Huilen is een teken van zwakte en onmacht, weet ze. ‘Wegkwijnen van verdriet is een luxe die niemand zich kan veroorloven (…)’ zegt ook haar moeder. Ook voor die in het leven geharde moeder is Jacoba in de eerste plaats huwelijkskandidate en dan pas dochter. ‘Als moeder zou ik je graag met rust laten, maar als gravin moet ik je op je plichten wijzen’, zegt ze. Het huwelijk met de door Jacoba uiteindelijk zeer terecht verafschuwde neef Jan van Brabant staat voorop. De alliantie verenigt de landen, inkomsten en legermachten van de families. Maar Jan blijkt vooral een nietsnut die het erfgoed verkwanselt en Jacoba dieper in het ongeluk stort.
Cacheren, het verbergen van emoties. Jacoba heeft het geleerd, maar de lezer schiet er in te kort. Want wat Jacoba voor de verraderlijke buitenwereld weet te verbergen, daarvan maakt Simone van der Vlugt de lezer deelgenoot. Voor haar doorbraak als thrillerauteur (De reünie in 2004) schreef ze een groot aantal historische jeugdromans. Ze sleep hiermee haar pen voor dit sobere, directe en ontroerende levensverhaal. Jacoba, Dochter van Holland is duidelijk een historische roman – en een heel goede ook. Simone van der Vlugt schetst het leven in de Lage Landen van de vijftiende eeuw, met alle vetes, allianties, overtuigingen en levensverwachtingen van die tijd. Maar bovenal is het een persoonlijk en rakend portret van een jonge vrouw die slechts zichzelf heeft om te overleven. Jacoba probeert stand te houden, goed te doen en streeft net als iedereen naar enig geluk in het leven. Juist dat laatste blijkt telkens weer het moeilijkst. Gelukkig is Jacoba een sterke vrouw. Dat is mede te danken aan Simone van der Vlugt, die in haar huid is gekropen en haar tegelijkertijd kwetsbaar en krachtig weet neer te zetten.
Radio Nederland Wereldomroep
Simone van der Vlugt’s Jacoba van Beieren
Na historische jeugdromans als ‘De Amulet’, ‘Zwarte Sneeuw’, ‘Bloedgeld’) volgden thrillers waaronder ‘Reünie’ en ‘Schaduwzuster’: in rap tempo schreef Simone van der Vlugt sinds 1995 een omvangrijk oeuvre bij elkaar. Met een historische roman voor volwassenen over Jacoba van Beieren, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen, breidt ze haar werkterrein verder uit. Al is het boek ook voor jongeren goed te lezen.
Na een korte schets over Nederland in de vijftiende eeuw en de stamboom van Jacoba’s ouders, leren we Jacoba (of Jacqueline, zoals haar moeder haar noemt) kennen op het moment dat ze opgesloten zit in het Gravensteen in Gent. Later wordt duidelijk dat ze daar zit dankzij haar neef Filips, de hertog van Bourgondië. Ze is strijdlustig bezig háár versie van de geschiedenis op te schrijven.
Want er gebeurde heel wat in haar korte leven. De vaardige pen van Van der Vlugt sleept de lezer al na enkele bladzijde mee de vijftiende eeuw in, waar de Hoekse en Kabeljauwse twisten in volle gang zijn. Een tijd waarin getrouwd wordt om graafschappen te behouden en uit te breiden en waar je vandaag gedood kan worden door je bondgenoot van gisteren. Als enige wettige erfgenaam van de hertog van Beieren, die sterft als ze zestien is, zit Jacoba er midden in.
In haar korte leven (1401-1436) speelt Jacoba amper acht jaar een politieke rol van betekenis en die worden in de roman in drie delen opgedeeld. Het eerste deel gaat over haar huwelijk met Jan van Brabant en haar strijd tegen oom Johan, die haar uiteindelijk Holland en Zeeland weet te ontfutselen. Het tweede deel speelt in Engeland, waar ze steun zoekt bij de Engelse koning en in één van zijn broers een nieuwe geliefde vindt. In deel drie probeert ze samen met deze Humphrey en zijn leger tevergeefs haar graafschappen terug te veroveren.
Naast het historische verhaal, beschrijft Van der Vlugt Jacoba van Beieren als mens: de feministe avant-la-lettre, die trouwt omdat het moet- anders wordt ze in haar tijd niet voor vol aangezien- maar zelf alle belangrijke beslissingen neemt; het volgzame meisje dat haar vader aanbad en uitgroeit tot een sterke, strijdbare vrouw die haar moeder niet als adviseur naast zich duldt. Die moeder-dochter relatie is -ondanks het moederlijk verraad- erg hedendaags en herkenbaar:
‘Het is aan mij om te beslissen of de liefde die moeder te bieden heeft genoeg is. Volledig afstand van haar nemen kan ik niet, realiseer ik me. Op haar manier houdt ze van me, en ondanks alles wat er is gebeurd wil ik haar in mijn leven hebben. Waar ik afstand van moet doen zijn mijn te hoge verwachtingen.’
Afkomst verplicht, dus het verbaast niet dat Van der Vlugt een spannend verhaal van heeft gemaakt, meeslepend van begin tot einde; zelfs wie de geschiedenis kent, hoopt tot het laatst dat Jacoba als gravin kan terugkeren en voelt met haar mee als haar innig geliefde Humphrey met een ander trouwt. De gedetailleerde beschrijvingen bijvoorbeeld van het alledaagse leven, met ongemakken als vochtige kastelen met donkere kamers en rugbrekende reizen per koets doen de middeleeuwen herleven. Van de adel welteerstaan, want voor het gewone volk is in het verhaal amper plaats. Jacoba was tenslotte een Hoek, aanhangster van de partij die vasthoudt aan de oude feodale rechten, terwijl de Kabeljauwen juist meer invloed wilden voor de steeds machtiger wordende kooplieden. Het inzicht dat verzoening tussen de strijdende partijen voor iedereen beter is, komt bij Jacoba te laat. Hoe anders had de geschiedenis kunnen verlopen…
