Vriendin, #7 14 februari 2007



Geschreven door: Lydia van der Weide

Simone van der Vlugt schreef al jaren historische jeugdboeken toen ze in 2004 groots doorbrak met haar literaire thriller voor volwassenen, De Reünie. Sindsdien is haar naam niet meer weg te denken uit de bestsellerlijsten. Ook Schaduwzuster werd een succes en deze week verschijnt haar nieuwste boek: Het laatste offer, een weergaloze actiethriller die de lezer meeneemt naar een ver verleden en lang verborgen geheimen onthult. Wie is toch de vrouw achter al die spannende boeken? En hoe kwam ze op het originele idee van haar nieuwste boek?

Het laatste offer begint in Egypte, waar een archeoloog een spectaculaire ontdekking doet. Dan verdwijnt hij plotseling. Zijn zoon Jef en diens kersverse vriendin Birgit volgen zijn spoor en ontrafelen stukje bij het beetje het mysterie waar de archeoloog zo door gepakt werd. Als lezer word je óók gepakt. En hoe! Zelf las ik het boek ademloos uit. Zouden de theorieën uit Het laatste offer kunnen kloppen? Kan het zijn dat alle opzienbarende ontdekkingen uit de twintigste eeuw niet meer dan hérontdekkingen zijn?

Simone: ‘Ik kwam op het idee voor dit boek door een documentaire waarin gesteld werd dat er vroeger beschavingen zijn geweest die veel verder ontwikkeld waren dan wij aannemen. Wie weet kenden ze zelfs elektriciteit! Het klonk als een broodje aap verhaal, maar mijn interesse was gewekt. Er bleken allerlei serieuze theorieën over te bestaan, die zijn gebaseerd op vondsten en feiten. Het is niet zeker of die theorieën kloppen, maar er is ook niemand die kan zeggen dat het níet waar is. Op basis hiervan heb ik een verhaal bedacht. In Het laatste offer zijn waarheid en fictie vermengd: alle locaties waar ik over schrijf bestaan echt, alle ontdekkingen ook, alleen zijn ze niet altijd precies op de beschreven plek gedaan. Met dit boek ben ik teruggegaan naar een oude liefde, de geschiedenis. Ik vind geschiedenis verschrikkelijk interessant. Dat er mensen hier op de wereldbol hebben rondgelopen met een totaal ander leven dan wij; zó boeiend! Eigenlijk is het omgekeerde science fiction. Ik stel me graag voor hoe mijn leven geweest zou zijn als ik een paar eeuwen eerder was geboren. Dan had ik natuurlijk andere voorouders en ook andere genen gehad, maar als ik toch dezelfde persoon was geweest als nu, dan weet ik zeker dat ik ook iets met schrijven had gedaan. Dat zit nu eenmaal in me. Mijn hele leven al komen er verhalen in mijn hoofd op die eruit moeten. Al toen ik zeven, acht jaar was maakte ik kleine boekjes, die ik met plakband in elkaar zette. Op mijn tiende kreeg ik een typemachine en toen was ik echt niet meer te stuiten. Het heeft nog een tijd geduurd voordat mijn eerste boek in de winkel lag, maar ik vertrouwde erop dat het ooit goed zou komen. En inderdaad!

Ook al zijn er nu al veel boeken van mij verschenen, ik blijf het spannend vinden als er weer een nieuwe uitkomt. Maar zo speciaal als die eerste keer wordt het natuurlijk niet meer. Toen voelde ik een enorme sensatie, zo van: wauw, het is gelukt! Bij De Reünie kwam dat gevoel weer terug, omdat het mijn eerste boek voor volwassenen was. Het voelde toch een beetje als opnieuw debuteren. De tijd ervoor was spannend. ’s Avonds in bed suste ik mezelf in slaap met heerlijke fantasieën over een daverend succes. Overdag was ik dan weer nuchter genoeg om te beseffen dat dat allemaal roze wolken waren. Er gaan zoveel boeken onopgemerkt voorbij… Maar tot mijn grote geluk én verbazing bleek De Reünie nog een veel groter succes dan ik had kunnen dromen! Maar bij Schaduwzuster was ik opnieuw nerveus. Gelukkig viel dat boek eveneens in de smaak bij de lezers. Ook nu ben is het spannend hoe het zal gaan. Dit boek is heel anders dan de vorige twee. Er komt meer actie in voor, achtervolgingen en zo. Hoe dan ook, ik heb in ieder geval heel veel plezier gehad van het schrijven van het boek en dat is voor mij toch de belangrijkste reden om het te doen!

Ik schrijf iedere ochtend, als de kinderen naar school zijn.’s Middags doe ik het huishouden, lees ik over wat ik ’s ochtends heb geschreven en bereid ik mij vast weer voor op de volgende dag. Hoewel schrijven mijn grote passie is, heb ik het gezinsleven er nooit onder laten leiden; als mijn kinderen thuis waren, was ik er voor hen. Ik wilde niet dat zij zich later een moeder zouden herinneren die altijd achter de computer zat. Ik heb een dochter van dertien, Esmée, en een zoon van elf, Friso. Zij vinden het heel leuk dat ik nu zo’n succes heb. Ze krijgen van leeftijdsgenootjes, die mij kennen van mijn jeugdboeken, te horen dat die het ‘vet en cool’ is dat ik hun moeder ben, en dan zijn ze wel trots. Wie ook heel blij voor me is, is mijn man Wim. We zijn al heel lang samen en hij heeft alles met mij meegemaakt, hij weet dat dit altijd al mijn grote droom was. Ik heb hem ontmoet tijdens een fietsvakantie, we waren toen allebei zeventien. Ik was met mijn beste vriendin, hij met een neef. We ontmoetten elkaar en het was meteen raak. De rest van de vakantie zijn we met z’n vieren opgetrokken. Ook daarna hielden we contact, maar we woonden best ver uit elkaar, dus iedereen was ervan overtuigd dat het wel weer uit zou gaan. Maar we hielden het vol, ook zonder MSN, de mobiele telefoon en al die moderne communicatiemiddelen die er nu zijn. Eigenlijk was het wel goed dat we zo’n stuk bij elkaar vandaan woonden; zo hielden we toch lang ons eigen leven. Toen ik later in Amsterdam naar school ging en hij daar ook werkte, zagen we elkaar veel meer, en op ons eenentwintigste zijn we gaan samenwonen. Ik vind het heel bijzonder dat ik hem al zo lang ken en we alles samen hebben meegemaakt.

Wim leest alles wat ik schrijf me mee, ik heb veel aan zijn oordeel. Hij kan me ook heel goed helpen in de eerste fase van een boek. Dan gaan we samen met de hond wandelen en klets ik uren tegen hem aan, over de verhaallijn, de hoofdpersonen, alles. Hij komt dan af en toe met een losse opmerking, die alles weer in balans brengt. Andere keren zegt hij helemaal niets, maar dan helpt hij me toch, alleen maar door me aan te horen. Want als je dingen uitspreekt, zie je ze helderder. Het is heerlijk dat hij altijd een luisterend oor heeft. Dat vind ik echt het voordeel van een langdurige relatie: hem verveelt het nooit om naar mij te luisteren. Vriendinnen die op de koffie komen zijn er op een gegeven moment wel klaar mee; hij niet. Dat is erg fijn.

Ook met mijn moeder praat ik veel over mijn werk. Vroeger al las ze alles mee. Ik heb een heel goede band met haar en mijn vader. Ze wonen vlakbij ons, vanaf een bepaalde plek in hun huis kun je naar ons kijken. Ik heb zelf ook in dat huis gewoond, tot mijn eenentwintigste. Toen grapte mijn moeder wel eens: “Later als jij schrijfster bent, Simone, en het gaat allemaal goed, dan koop je daar aan de overkant een vrijstaand huis en dan kunnen we naar elkaar zwaaien!” Eind vorig jaar bleek hier in dit hofje iets vrij te zijn. Ik zei tegen mijn moeder: “Weet je nog, vroeger, dat je vond dat we naar elkaar moesten kunnen zwaaien? Dat gaat nu echt gebeuren!”

Ik vind het fantastisch om zo dichtbij elkaar te wonen. We lopen makkelijk even bij elkaar naar binnen. Ook mijn broer, met wie ik een bijzondere band heb, woont dichtbij. Heerlijk, ik kom ze overal tegen, dat geeft me echt een dorpsgevoel. We hebben met z’n allen afgesproken dat we nóóit uit Alkmaar weggaan.

Naast schrijven zijn ook nog genoeg andere dingen die ik belangrijk vind hoor! Mijn gezin natuurlijk; ik doe graag leuke dingen met hen, zoals uiteten gaan. Ook houd ik erg van lezen, van shoppen en van op terrasjes zitten met vriendinnen. Tegenwoordig lukt het me beter om daar tijd voor vrij te maken dan vroeger. Eigenlijk ben ik daartoe gedwongen door gezondheidsklachten, dat is natuurlijk vervelend, maar toch is het wel goed voor me. Vroeger was ik té fanatiek, voelde ieder moment dat ik niet schreef als spijbelen. Tja, en dat heeft voor RSI gezorgd. Daarom kan ik alleen nog maar ’s ochtends schrijven en soms heb ik zelfs dan teveel pijn. Om die reden staat er ook een bed in mijn werkkamer, dan kan ik af en toe wat rusten. Er zijn wel periodes geweest dat ik echt niet kon typen. Als er dan per se iets uit moest, schreef Wim het voor mij op en zat ik ernaast te dicteren. Niet ideaal, maar altijd nog beter dan een spraakcomputer. Als ik zag wat die voor een onzin van mijn woordenstroom maakte, dan had ik de neiging om de laptop door de kamer te gooien! Nu gaat het gelukkig weer beter. Maar reken maar dat ik hoe dan ook blijf schrijven, al moet ik met een stok in mijn mond op het toetsenbord slaan!

Ik ben heel gelukkig met de mooie dingen die mij zijn overkomen. Ik waardeer het enorm, want ik weet dat het ook anders kan. Dat heb ik van dichtbij gezien bij mijn beste vriendin Eveline, die ik vanuit mijn jeugd ken. Zij is goudsmid en had een juwelierszaak met haar man, waar ze altijd keihard voor gewerkt heeft. Maar een paar jaar geleden kreeg ze ernstige gezondheidsklachten en het liep mis met haar man. Ze is, buiten haar schuld om, álles kwijtgeraakt: haar huwelijk, haar zaak, haar geld, haar huis. Ze moest volledig vanaf het nulpunt alles weer opbouwen. Dat doet ze nu ook, vol energie; ze maakt prachtige sieraden en verkoopt die via internet. Maar als ik zie hoeveel pech zij heeft gehad, dan prijs ik mij gelukkig dat ik een goed huwelijk heb, een lieve man en dat alles mij mee zit. En ik besef dat dat kwetsbaar is. En dat je dus moet koesteren en waarderen wat je hebt. Er kan zomaar iets gebeuren dat alles overhoop haalt. Daarom is mijn motto ook: blijf nuchter en doe normaal. Ook met geld. Natuurlijk hebben mijn boeken best wat opgeleverd en we zijn nu wel groter gaan wonen, maar we gaan niet heel gek doen met heel dure dingen. Potjes maken voor als dingen ooit eens tegen zitten, dat is mijn stijl.

Hoe ik de toekomst zie? Ik ben al heel tevreden als alles gewoon zo blijft zoals het is! Ik heb alles bereikt wat ik wilde: schrijfster worden en een leuk gezin. Meer dromen heb ik niet. Al hoop ik natuurlijk nog heel veel mooie boeken te schrijven…! Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit iets anders zou doen. Ik zie mezelf later wel met een rollatortje nog naar de computer schuifelen. Ik heb alweer heel veel ideeën voor nieuwe boeken. En ik zou niet anders willen! Waar zou ik dán aan moeten denken, ’s nachts als ik niet kan slapen?’

© Copyright Anthology Premium WordPress Theme - Designed by Pexeto